Vragenlijsten en steekproeven
Voordat je iets kunt analyseren, moet je data verzamelen. In dit vak gebeurt dat met een vragenlijst onder een steekproef uit de populatie. Hoe je vragen stelt en hoe je respondenten selecteert, bepaalt de validiteit en de generaliseerbaarheid van je resultaten.
Vraagtypen in een vragenlijst
- Open en gesloten vragen: bij een open vraag formuleert de respondent zelf een antwoord; bij een gesloten vraag kiest hij uit vaste antwoordcategorieën. Gesloten vragen zijn makkelijker statistisch te verwerken.
- Single response en multiple response: één antwoord mogelijk, of meerdere antwoorden tegelijk (bijvoorbeeld "welke sociale media gebruik je?").
- Dichotome vragen: vragen met precies twee antwoordmogelijkheden, zoals ja/nee.
- Schaalitems: stellingen die de respondent beoordeelt op een schaal, bijvoorbeeld een Likertschaal van 1 (helemaal oneens) tot 5 (helemaal eens). Meerdere schaalitems samen meten een onderliggend construct (zie het hoofdstuk over meetschalen).
Richtlijnen voor het formuleren van vragen
- Gebruik gewone taal: vermijd jargon dat respondenten niet kennen.
- Gebruik eenduidige woorden: iedere respondent moet de vraag op dezelfde manier begrijpen. Woorden als "regelmatig" of "vaak" worden verschillend opgevat.
- Vermijd impliciete veronderstellingen: "Hoe tevreden bent u over uw auto?" gaat ervan uit dat iemand een auto heeft.
- Vermijd generalisaties en schattingen: vraag niet "hoeveel geeft u per jaar uit aan kleding?" als mensen dat alleen kunnen gokken.
- Gebruik positieve en negatieve stellingen: door stellingen in beide richtingen te formuleren voorkom je dat respondenten gedachteloos steeds hetzelfde antwoord aankruisen. Let op: negatief geformuleerde items moet je later hercoderen voordat je een schaal maakt.
Waarom een steekproef?
Gegevens verzamelen bij de hele populatie is in de praktijk (bijna) onmogelijk: te duur, te tijdrovend of praktisch niet haalbaar. Daarom onderzoek je een steekproef en probeer je de uitkomsten te generaliseren naar de populatie.
Van populatie naar gerealiseerde steekproef
| Begrip | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Populatie | De hele groep waarover je uitspraken wilt doen | Alle studenten in Nederland |
| Operationele populatie | Het deel van de populatie dat je in de praktijk kunt benaderen | Alle studenten in Nijmegen en Utrecht |
| Steekproefkader | De lijst of bron waaruit je de steekproef trekt | De studentenregisters van die universiteiten |
| Steekproef | De eenheden die je selecteert en benadert | De studenten die een uitnodiging krijgen |
| Gerealiseerde steekproef | De eenheden die daadwerkelijk hebben meegedaan | De studenten die de vragenlijst echt invullen |
Bij elke stap kan de groep minder goed op de populatie gaan lijken, bijvoorbeeld door non-respons. Daarom toets je achteraf of de gerealiseerde steekproef representatief is, met een chi-kwadraattoets (of een t-toets bij metrische variabelen).
Steekproeftechnieken
Er zijn twee hoofdgroepen. Bij een aselecte steekproef (op toevalsbasis) worden deelnemers willekeurig gekozen; dan mag representativiteit worden verondersteld. Bij een selecte steekproef (niet op toevalsbasis) worden deelnemers niet willekeurig gekozen; dan mag representativiteit niet worden verondersteld.
| Type | Techniek | Werkwijze |
|---|---|---|
| Aselect | Enkelvoudig random | Elke eenheid wordt volledig willekeurig gekozen, bijvoorbeeld door loting. |
| Aselect | Systematisch met willekeurig begin | Je kiest willekeurig een startpunt en neemt daarna elke k-de eenheid, bijvoorbeeld nummer 3, 13, 23, 33 uit het register. |
| Aselect | Gestratificeerd | Je verdeelt de populatie in groepen (strata) en trekt binnen elke groep een steekproef, bijvoorbeeld 5 studenten van elke studie aan de Radboud. |
| Aselect | Clustersampling | Je selecteert willekeurig een beperkt aantal clusters en onderzoekt iedereen binnen die clusters, bijvoorbeeld alle studenten van drie willekeurig gekozen werkgroepen. |
| Select | Convenience | Je neemt wie je gemakkelijk tot je beschikking hebt, zoals vrienden of medestudenten. |
| Select | Judgemental (oordeelkundig) | De onderzoeker kiest bewust alleen bepaalde mensen, bijvoorbeeld alleen mensen ouder dan 18 jaar. |
| Select | Quota | Je werft respondenten tot een vooraf vastgesteld quotum is bereikt, bijvoorbeeld 50% mannen en 50% vrouwen; binnen het quotum kies je niet willekeurig. |
| Select | Snowballing | Via één respondent verkrijg je nieuwe respondenten, die weer anderen aandragen. |
Let op het verschil tussen gestratificeerd en cluster: bij stratificatie trek je uit elke groep een deel; bij clustersampling kies je een paar groepen en neem je die helemaal mee. En het verschil tussen gestratificeerd en quota: beide werken met groepen, maar bij stratificatie is de selectie binnen de groep willekeurig en bij quota niet.
De mate waarin de steekproef op relevante kenmerken (bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, opleiding) een goede afspiegeling vormt van de populatie. Representativiteit is nodig voor generaliseerbaarheid, oftewel externe validiteit.