Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

Examen: voorbeeldvragen & antwoorden

Examenformaat

Multiple choice: 30 vragen · duur: 2 uur. Stof: Vensim-formules & functies · graphs over time · stocks-en-flowsrelaties · lectures & seminars · individuele opdrachten · coursebook (Meadows, 2008).

Tip: focus op het herkennen van gedragspatronen (welke loop domineert?) en het interpreteren van Vensim-formules (wat doet INTEG, STEP, MIN?).

Vraag 1: Stock & flow analyse

Bathtub-model: water in kuip daalt van 50 naar 25 gallon in 10 minuten. De inflow is constant op ~5 gallon/minuut. Welke grafiek representeert de bijbehorende outflow?

Antwoord: A: outflow stijgt geleidelijk van ~5 naar ~10 gallon/minuut

Redenering: Als de stock daalt terwijl de inflow constant is, moet de outflow groter zijn dan de inflow. De stock daalt −25 gallon in 10 min = −2,5 gallon/min netto. Inflow ≈ 5, dus outflow ≈ 7,5 gemiddeld, oplopend van ~5 naar ~10 gal/min.

Vraag 2: Leverage points

Nestlé's doel: 'Our purpose is enhancing quality of life and contributing to a healthier future.' Welk leverage point?

Antwoord: B: Goals (leverage point #3)

Redenering: De uitspraak beschrijft het purpose: het overkoepelende doel van het systeem. Buffers = stocks; self-organization = systeem hervormt zichzelf; information flows = wie heeft toegang tot info.

Vraag 3: Systeemgedrag herkennen

Bankrekening-model: rente = percentage × huidige balans (stock), toegevoegd als inflow. Welk gedrag?

Antwoord: A: Exponentiële groei

Redenering: De stock bepaalt de hoogte van de inflow: hoe hoger de stock, hoe groter de inflow: een reinforcing loop (compound interest). R-loops produceren exponentieel gedrag.

Vraag 4: Stocks en flows

Koffiedrinker-model: 'opgeslagen energie in lichaam' is een stock zónder inflow. Wat is waar?

Antwoord: C: Opgeslagen energie kan alleen gelijk blijven of dalen

Redenering: Een stock verandert ALLEEN via flows. Zonder inflow kan de stock enkel gelijk blijven (geen outflow) of dalen (via outflow); stijgen is onmogelijk.

Vraag 5: Meerdere feedbackloops

Thermostaat-model: kamertemperatuur geregeld door thermostaatinstelling én beïnvloed door buitentemperatuur. Wat is waar?

Antwoord: D: Het systeem heeft twee conflicterende doelen

Redenering: Twee B-loops: (1) thermostaatinstelling stuurt kachel aan; (2) buitentemperatuur trekt de kamertemperatuur naar buiten. Beide streven een ander 'doel' na: het systeem oscilleert of zoekt een compromis.

Vraag 6: Archetype herkennen

Model toont: kortetermijnfix → vermindert symptoom (B-loop), maar bijwerkingen versterken via R-loop het achterliggende probleem. Wat is de uitweg?

Antwoord: C: Focus op langetermijnherstructurering

Redenering: Dit is Shifting the Burden. De uitweg: stel de fundamentele oplossing centraal en accepteer dat dit meer moeite kost. A past bij Seeking the Wrong Goal, B bij Rule Beating, D bij Escalation.

Vraag 7: Vensim-formules interpreteren

Capital = INTEG(Investment − Depreciation, 5) | Investment = MIN(Growth goal, Profit) | Goal Growth = Capital × Growth Propensity. Welk SFD is correct?

Antwoord: C

Redenering: INTEG → Capital is een stock met inflow Investment, outflow Depreciation, beginwaarde 5. MIN → Investment hangt af van twee variabelen. Antwoord b is fout: het toont een variabele die de stock direct beïnvloedt zonder flow: stocks veranderen alleen via flows.

Vraag 8: Beste SFD-representatie

Bankrekening met €100; de bank geeft elk jaar €10 Loyalty Bonus, ongeacht het saldo. Beste SFD?

Antwoord: C: Stock met constante inflow

Redenering: De bonus hangt niet af van de stock (geen R-loop zoals bij rente): een vaste inflow van €10/jaar. C is het beste omdat het expliciet een accumulatiepunt (stock) toont: essentieel voor een correct SFD.

Vraag 9: Evenwichtstype (car dealer)

Auto-dealermodel: vóór t=26 stabiel; Customer demand = 20 + STEP(2,26); Perceived sales = INTEG(Change, Sales). Welke stelling is juist?

Antwoord: C: Dynamisch evenwicht → disequilibrium → nieuw dynamisch evenwicht

Redenering: Vóór t=26 integreert Perceived Sales voortdurend, maar de nettoverandering is nul (Sales = Perceived sales): dynamisch evenwicht. Na t=26 geeft STEP een schok → disequilibrium → na aanpassing een nieuw dynamisch evenwicht op hoger niveau.

Vraag 10: Leverage point in Vensim-model

AI helpt de auto-dealermanager zijn perceptie te verbeteren om bestellingen af te stemmen op werkelijke verkoop. Waar heeft de AI effect?

Antwoord: D: Desired inventory

Redenering: AI verbetert de besluitvorming: niet hoe snel hij waarneemt (perception delay), niet de vraag (extern), niet de responstijd (logistiek): maar hoe goed hij zijn GEWENSTE voorraad afstemt op de werkelijke vraag.

Overzicht veelgemaakte fouten (algemene feedback)

Categorie✗ Veelgemaakte fout✓ Correcte aanpak
CLD/SFD-variabelenStakeholders direct als variabele (bv. 'Leveranciers')Gebruik hun acties/invloeden (bv. 'Inkoop van grondstoffen')
SFD-stocksStock direct via variabele veranderen (zonder flow)Stocks worden uitsluitend via flows veranderd
SFD-eenhedenInflow heeft andere eenheden dan de stockCheck: [stock-eenheid] / [tijdseenheid] = [flow-eenheid]
Variabelen CLDVariabele die niet kan stijgen of dalen (bv. 'hoge kwaliteit')Dynamische formulering (bv. 'niveau van productkwaliteit')
ProbleemstellingVaag of te breed, zonder koppelingKoppel aan activiteiten, stakeholders, spanningen en responsible organising
ArchetypenBenoemen zonder koppeling aan eigen SFDToon expliciet welk deel van het SFD het archetype vormt
Lussen labelenLoops niet of fout gelabeld (R vs. B)Label elke loop (R1, B1, …) en leg uit waarom
VertragingenNiet opgenomen in het CLDVoeg || toe waar tijdsvertraging relevant is

Andere hoofdstukken van Business Analysis for Responsible Organisations

Test jezelf met oefenvragen