Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 6: Gezondheid, emotie, stress en veerkracht

Werk kan mensen gezond en gelukkig maken, maar ook ziek. Dit hoofdstuk behandelt de minder zichtbare realiteit van werk uit Wilson hoofdstuk 18: geweld, stress, het managen van emoties en de ervaring van werkloosheid. Daarna volgt de kritische analyse van het begrip veerkracht (resilience) door Schwarz (2018). De rode draad: stress en welzijn worden in organisaties meestal als individueel probleem behandeld, terwijl ze vaak voortkomen uit de manier waarop werk en samenleving zijn georganiseerd.

Start hier als dit nieuw voor je is
  • Stressor: een omstandigheid die druk veroorzaakt (bijvoorbeeld werkdruk). Stress of strain is de reactie daarop.
  • Functionalistisch paradigma: benadert een verschijnsel als iets dat je objectief meet en managet in dienst van het goed functioneren van de organisatie.
  • Positieve psychologie: een stroming die zich richt op welzijn, kracht en groei in plaats van op stoornissen.

Geweld en misbruik

In sommige organisaties is geweld gelegitimeerd, zoals leger en politie. Geweld komt ook voor tussen werknemers en managers, tussen collega's en tussen klanten en professionals. Het risico op geweld op het werk is gemiddeld niet hoog, maar al de dreiging ervan, zeker als die als "onderdeel van het werk" wordt geaccepteerd, verhoogt de stress. Winkelmedewerkers en cabinepersoneel worden relatief vaak aangevallen.

Stress: definitie en omvang

Definitie

Werkgerelateerde stress is een schadelijke reactie van mensen op overmatige druk en eisen die op het werk aan hen worden gesteld.

Stress is een belangrijke oorzaak van langdurig verzuim en leidt tot meer verloop, vervroegd pensioen en werk-privéconflict. Toch blijft het vaak verborgen: stress en negatieve emoties gelden als onproductief, en veel mensen durven er niet over te praten uit angst hun baan te verliezen.

Een klassieke studie is die van Whyte naar de "huilende serveersters": klanten wilden snel bediend worden, maar de serveersters waren afhankelijk van de man achter de toonbank die er niet van hield door hen opgejaagd te worden en hen liet wachten. De oplossing was organisatorisch: bestelbonnen op een pin, zodat hij zelf de volgorde bepaalde. Stress is dus soms op te lossen door het werk anders in te richten.

Werk, controle en gezondheid

  • Kornhauser vond bij autofabrieken dat hoe hoger het beroepsniveau, hoe beter de geestelijke gezondheid: betere banen met meer vaardigheid, variatie, verantwoordelijkheid en loon.
  • Lage controle en hoge eisen veroorzaken stress. De Whitehall-studies vonden een verband tussen weinig controle en hart- en vaatziekten.
  • Een onbalans tussen inspanning en beloning is ook verbonden met hartziekten.
  • Toch rapporteren mensen in hogere functies vaker stress, misschien omdat hun werkomstandigheden zijn verslechterd (docenten, maatschappelijk werkers) en omdat ze het beter onder woorden brengen. Stresscursussen zijn dan ook vooral op professionals gericht.
  • Wie veel druk heeft maar ook veel vrijheid om eigen doelen, planning en prioriteiten te bepalen, ervaart minder stress.

Theorieën over stress

  • Cannon: de vecht-of-vluchtreactie bij extreem gevaar. Interesse in stress kwam mede voort uit het sociaal darwinisme en de zorg om een gezond ras, en na de oorlog uit militaire belangen.
  • Selye: het algemene stresspatroon in drie fasen. (1) Alarm: spieren spannen, ademhaling, hartslag en bloeddruk stijgen. (2) Weerstand: angst, boosheid, vermoeidheid, slechte beslissingen. (3) Uitputting: stressgerelateerde ziekte. Kritiek: het negeert de psychologische kant en het vermogen van mensen om stress te herkennen en hun situatie te veranderen.
  • Lazarus: de stressreactie hangt af van hoe iemand de gebeurtenis beoordeelt (appraisal): als bedreiging, schade of uitdaging, en of hij denkt ermee te kunnen omgaan.
  • Cooper en Cummings: stress is een misfit tussen persoon en omgeving. Mensen willen hun gedachten, emoties en relaties in een stabiele toestand houden; als iets die verstoort moeten ze handelen. Daarom gedijt de één waar de ander lijdt.

Oorzaken van stress volgens Cooper:

  • de fysieke omgeving: gevaarlijke stoffen, drukte, geen privacy, lawaai, temperatuur, slecht licht;
  • rolconflict (tegenstrijdige eisen of dingen doen die je niet wilt of niet bij je werk vindt horen) en rolambiguïteit (onduidelijke doelen, verwachtingen en verantwoordelijkheden);
  • kenmerken van de baan: overbelasting, geen loopbaanperspectief, geen autonomie, onderbenutting, te veel vergaderingen, ploegendienst, lange uren;
  • relaties: slechte relatie met de leidinggevende, werk-gezinsconflict.

Ploegendienst verstoort lichaamsfuncties, slaap en het sociale leven; bij werknemers op booreilanden voorspelden lange roosters slechtere gezondheid, vooral bij getrouwden met kinderen. Werkende moeders zijn gemiddeld gezonder dan niet-werkende, maar als hun partner weinig in het huishouden doet, is hun mentale gezondheid slechter.

Individuele verschillen

Sommige eigenschappen beschermen tegen stress: hardiness, een positief zelfbeeld, flexibiliteit, goede copingstrategieën en sociale steun. Type A-gedrag (gedrevenheid naar vage doelen, deadlines, competitie, haast, ongeduld) is een risicofactor voor hartziekten; Type B is ontspannener. Het dilemma: Type A-gedrag voorspelt ook loopbaansucces. Het is het individu dat moet kiezen tussen hard werken en zijn gezondheid beschermen, niet de organisatie.

Stressmanagement en de kritiek erop

Organisaties reageren op stress met:

  • Employee Assistance Programmes (EAP's): counseling voor problemen als verslaving en psychische klachten;
  • stressmanagementtraining: copingvaardigheden zoals meditatie en ontspanning;
  • stressreductie of interventie: het werk zelf veranderen om stressoren weg te nemen.

De meeste initiatieven kiezen voor training en counseling, niet voor het veranderen van banen. Een gunstig voorbeeld zijn scholen die werkpieken in kaart brachten, het nakijkbeleid spreidden en een extra docent aannamen, waardoor verzuim daalde.

De kritiek is fundamenteel. EAP's pakken de bronnen van stress niet aan omdat ze zich op het individu richten. Counseling geeft de impliciete boodschap dat stress een abnormale reactie is waarvoor het individu zelf verantwoordelijk is; met stress kunnen omgaan wordt het kenmerk van de professional. Stressprogramma's kunnen een uitbreiding van bedrijfscontrole zijn: werknemers moeten niet alleen hun tijd en vaardigheden verkopen maar hun hele levensstijl inrichten op het belang van de onderneming. Newton noemt sommige technieken zelfs "naakt dwingend". Fineman beschrijft managers die stressonderzoek lieten verdwijnen toen de uitkomsten tegenvielen. Volgens Fineman is stress een emotioneel product van de sociale en politieke kenmerken van werk. De meeste stressmodellen passen in een functionalistisch paradigma, terwijl een sociologische benadering naar de subjectieve ervaring kijkt, zoals die van vrouwen bij een dreigende fabriekssluiting.

Extreem overwerk kan tot de dood leiden: in Japan karoshi, in Zuid-Korea gwarosa. Toch komt het begrip nauwelijks voor in de managementliteratuur.

Het managen van emoties

In de literatuur wordt emotie op drie manieren gezien:

Emotie alsBetekenisVoorbeeld
Psychologische toestandEen gemoedstoestandEen gevoel van welzijn of frustratie
Waardering of reactieEen reactie op een gebeurtenis, een waardeoordeelDankbaarheid of boosheid; tranen bij een afscheid na een lange loopbaan
TransformatieEen ervaring die begrip vergroot en betekenis geeftEen overtuiging, een bron van energie of motivatie

Emoties helpen ons sociale situaties te beoordelen en erop te reageren. Ze zijn deels aangeleerd. We leren feeling rules: hoeveel emotie je mag tonen en wat gepast is op het werk, afhankelijk van gender, leeftijd, klasse en sector. Status speelt mee: wie hoger staat mag vrijer boosheid uiten. Emotionele arbeid is het psychologische werk om persoonlijke gevoelens in overeenstemming te brengen met sociaal voorgeschreven emotie (zie ook HC 9 over Hochschild). Het "gezichtswerk" (Goffman) van een glimlachende serveerster kost weinig, totdat ze haar werk en klanten begint te haten.

Er zijn ook impliciete feeling rules: wat je voor jezelf houdt. Maatschappelijk werkers deelden hun zorgen niet met collega's en "speelden een poppenkast" met elkaars stress; hun coping was verzuim, omdat dat organisatorisch geaccepteerd was. Paralegals die hun boosheid niet aan advocaten konden tonen, zochten steun bij gelijken: reciproque emotiemanagement. Bij The Body Shop werd het uiten van emoties juist aangemoedigd, wat gemeenschapsgevoel en welzijn bevorderde.

Werkloos zijn

Werkloosheid treft vooral laag- en ongeschoolden, maar ook managers en professionals voelen zich onzeker. Voor managers die hun hele loopbaan loyaal waren in ruil voor zekerheid, kan ontslag een schok voor hun identiteit zijn. Wie kwalificaties, ervaring en netwerken heeft, staat sterker. De hoogste werkloosheid zit bij mensen zonder kwalificaties, uit de arbeidersklasse, chronisch zieken, mensen met een beperking en etnische minderheden, die ook de minste middelen hebben om zich te beschermen.

Reacties lopen uiteen van depressie via stoïcijnse acceptatie tot opluchting. Voor de meesten schaadt werkloosheid de geestelijke gezondheid: angst, depressie, lager zelfbeeld, apathie, machteloosheid en isolement, vergelijkbaar met rouw. Een kleine groep gaat er juist op vooruit, bijvoorbeeld na een zeer stressvolle baan. Factoren als leeftijd, gender, inkomen, sociale steun, reden van ontslag, betrokkenheid bij werk en verwachting om terug te keren bepalen de ervaring.

Jahoda onderzocht in de jaren dertig een Oostenrijks dorp waar de textielfabriek gesloten was: mensen bleven langer in bed, liepen langzamer, kwamen te laat, weekend en week vloeiden in elkaar over en hun tijdsbesef viel uiteen. Vrouwen hadden nog hun huishoudelijke routine. Volgens Jahoda biedt werk, naast inkomen, vijf latente functies die essentieel zijn voor welzijn:

  1. tijdsstructuur;
  2. sociaal contact buiten het gezin;
  3. collectief doel: doelen die groter zijn dan het individu;
  4. sociale identiteit en status;
  5. regelmatige activiteit.

Kritiek: Jahoda onderschat geldgebrek en het gedoe met bureaucratie, en werklozen kunnen deze ervaringen deels elders vinden. Warr breidde dit uit tot een vitaminemodel met negen omgevingsfactoren: kans op controle, duidelijkheid van de omgeving, kans om vaardigheden te gebruiken, extern opgelegde doelen, variatie, kans op contact, gewaardeerde sociale positie, beschikbaarheid van geld en fysieke veiligheid. Zoals vitaminen helpen sommige tot een bepaald punt en worden andere schadelijk bij te veel. Er bestaan dus goede en slechte banen, en goede en slechte werkloosheid.

Werkloosheid verandert iemands levensverhaal. Ezzy vond drie soorten verhalen: romance (bevrijding uit een benauwende baan), tragedie (verlies van zekerheid, je waardeloos voelen) en complexe verhalen waarin andere gebeurtenissen even belangrijk waren. Het type verhaal bepaalt mede of iemand depressief wordt. Daarnaast zijn er mensen die "zwart" bijverdienen naast een uitkering; dat blijkt vaak een overlevingsstrategie en een vorm van ondernemerschap, geen luie onderklasse.

Een stelling als "de psychische effecten van werkloosheid zijn het grootst bij laagopgeleiden" klopt niet zonder meer: ook hoger opgeleiden en managers kunnen hard getroffen worden, juist omdat werk hun identiteit was. Wel klopt dat baanverlies kan leiden tot verlies van sociale identiteit.

Veerkracht: een kritische analyse (Schwarz, 2018)

Veerkracht is een modewoord geworden, van geestelijke gezondheid tot klimaatbeleid. Klinische psychologie en psychiatrie richtten zich lang op hoe tegenslag tot stoornissen leidt. Met de opkomst van de positieve psychologie verschoof de aandacht naar groeien door tegenslag. Toch neemt het aantal diagnoses toe. Schwarz analyseert het begrip vanuit een kritisch, vooral marxistisch perspectief, aangevuld met Foucault en kritiek op het biomedische model.

Gangbare opvatting. Psychologische veerkracht is het vermogen om na een ingrijpende gebeurtenis relatief stabiel gezond te blijven functioneren en terug te veren (Bonanno). Er moet sprake zijn van zowel tegenslag als positieve aanpassing. Veerkracht wordt gekoppeld aan beschermende persoonlijke factoren: hardiness, positieve emoties, extraversie, self-efficacy, spiritualiteit en zelfvertrouwen. Het model van Richardson beschrijft een evenwicht dat wordt verstoord en vier uitkomsten van herintegratie: veerkrachtig (sterker dan voorheen), homeostatisch (terug naar de comfortzone), met verlies (lager niveau) en disfunctioneel (destructief gedrag zoals middelengebruik).

De kritiek van Schwarz:

  • Individualisering en decontextualisering. Westerse psychologie is persoonsgericht. Problemen worden in het individu gelegd en losgemaakt van politieke, economische en culturele context. De adviezen van de Amerikaanse psychologenvereniging (zie crises niet als onoverkomelijk, werk aan je doelen, onderneem actie) drukken een neoliberaal, doelgericht mensbeeld uit waarin het individu zelf verantwoordelijk is.
  • Neoliberalisme en commodificatie. Veerkracht en geestelijke gezondheid worden handelswaar die je kunt kopen. Diagnoses worden "merken" met een eigen markt van therapieën, medicijnen, boeken en cursussen. Commodificatie suggereert dat lijden een persoonlijk falen is waarvoor een professional nodig is.
  • Sociale controle. In een Foucaultiaanse lezing helpen begrippen als kwetsbaarheid en veerkracht bij zelfsurveillance. Het geestelijke gezondheidssysteem bepaalt wat normaal, afwijkend en kwetsbaar is en is zo een instrument van sociale controle.
  • Problematisch biomedisch model en scientisme. Psychiatrische diagnoses hebben geen biologische markers; ze worden door commissies vastgesteld. Voorbeeld: de diagnose "selectief mutisme" verklaart het zwijgen met het label zelf, in plaats van te vragen waarom iemand in bepaalde situaties zwijgt. Rouw kon in een nieuwe versie van het diagnostisch handboek al na twee weken als depressie gelden in plaats van na twee maanden. Homoseksualiteit stond vroeger als stoornis te boek.
  • Kolonialisme in geestelijke gezondheid. Westerse diagnosecategorieën worden geëxporteerd en verdringen inheemse manieren van omgaan met tegenslag, wat een nieuwe markt opent voor westerse farmacie.
  • Ongelijkheid. Hoe groter de ongelijkheid in een samenleving, hoe slechter de geestelijke gezondheid. Groepen met een lage sociaaleconomische status, etnische minderheden en jongeren worden vaker blootgesteld aan traumatische gebeurtenissen. Volgens Hobfoll hangen hulpbronnen en sociale steun af van macht en status.

Het alternatief: een gecontextualiseerde opvatting van veerkracht. Veerkracht is een product van culturele, sociale, economische, politieke, psychologische en biologische factoren, en vooral van structurele ongelijkheid naar gender, sociaaleconomische status en etniciteit. Het hangt samen met het vermogen om zelfbepaald deel te nemen aan het publieke en private leven en de arbeidsmarkt, zonder angst voor discriminatie, en moet worden verbonden met mensenrechten. Veerkracht bestaat ook op het niveau van gemeenschappen, regio's en staten en vraagt om beleid naast individuele hulp. Voorbeelden zijn narratieve benaderingen die oog hebben voor geschiedenissen van onderdrukking en kolonisatie, en gemeenschappen die veerkracht versterken via politiek activisme en empowerment.

In het portfolio van IGOW is veerkracht een leerdoel: het proces van gezond functioneren bij tegenspoed, met als doel beter om te gaan met stressoren tijdens studie, werk en loopbaan. Het vak vraagt je dat begrip tegelijk kritisch te bekijken.

Voor het tentamen
  • Kun in een casus inschatten wie de meeste stress ervaart: let op een combinatie van hoge eisen, weinig controle, rolconflict (bijvoorbeeld standaardbehandeling opgelegd krijgen terwijl je in maatwerk gelooft) en geweld of de dreiging daarvan.
  • Ken de drie fasen van Selye, de appraisal van Lazarus en de persoon-omgevingsmisfit van Cooper.
  • Ken de drie opvattingen van emotie (toestand, waardering of reactie, transformatie) en herken ze: emotioneel worden bij een afscheid is een reactie op een gebeurtenis.
  • Ken de vijf latente functies van werk van Jahoda en het vitaminemodel van Warr.
  • Kun de kritiek op stressmanagement en op het begrip veerkracht uitleggen: individualisering, commodificatie, sociale controle, neoliberalisme, decontextualisering.

Andere hoofdstukken van Inleiding Gedrag in Organisaties en Werk

Test jezelf met oefenvragen