Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 7: Internationalisatie en glocaliseren

Het tweede deel van het laatste college ging over grenzen verleggen: internationaal zakendoen. Het college opende met BMW en Mercedes, die tegenvallende resultaten boekten in China door lagere verkopen, lokale concurrentie en geopolitieke druk. Internationaal ondernemen is dus nooit alleen "globaal": je opereert altijd ergens lokaal. Laasch gebruikt daarom het begrip glocaliseren. In dit hoofdstuk leer je de drijvende krachten achter globalisering en lokalisering, de typen internationale bedrijven (van global-sourcing company tot transnationale onderneming), manieren om buitenlandse markten te betreden, verantwoorde praktijken zoals fair trade en BoP-sourcing, en Hofstedes culturele dimensies, inclusief de score van Nederland.

Begin hier als dit nieuw voor je is
  • Multinational: een onderneming die in meerdere landen actief is met vestigingen of dochterbedrijven.
  • Dochteronderneming (subsidiary): een bedrijf dat (grotendeels) eigendom is van een moederbedrijf.
  • Cultuur is hier de gedeelde waarden en gewoonten van een land of groep, die bepalen wat mensen normaal of gepast vinden.

Het openingsvoorbeeld in het boek is het Braziliaanse cosmeticaconcern Natura (met merken als The Body Shop en Aesop): een wereldwijd bedrijf dat sterk lokaal verankerd is in het Amazonegebied. Natura werkt samen met tientallen lokale gemeenschappen voor ingrediënten en beschermt miljoenen hectare regenwoud. Lokale duurzaamheid (het Amazonegebied) en mondiale duurzaamheid (CO2-opslag, biodiversiteit) vallen samen.

Internationaal zakendoen

Definities
  • International business: commerciële transacties tussen twee of meer landen; het uitvoeren van transacties zoals de handel in goederen, diensten, kapitaal, technologie en kennis over landsgrenzen heen.
  • Globalisering: het toenemende belang van wereldwijde normen, relaties en stromen.
  • Glocalization: mondiale activiteiten met een sterke aanpassing aan lokale omstandigheden, en lokale activiteiten die aansluiten bij mondiale omstandigheden.
  • Glocaliseren (glocalizing mode): een managementmode die mondiale en lokale problemen en oplossingen integreert.
  • Glokaal verantwoord management: tegelijk mondiaal en lokaal verantwoord managen, met aandacht voor interculturele ethiek, stakeholderwaarde en lokale en mondiale duurzaamheid.

Globalisering versus lokalisering

Drijvende krachten voor globaliseringDrijvende krachten voor lokalisering
  1. Wereldwijde media
  2. Wereldwijde connectiviteit (internet, smartphones)
  3. Wereldwijd transport
  4. De opkomst van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika)
  5. Wereldwijde uitdagingen en kansen
  6. Multinationals versus landen (de omzet van multinationals overtreft het bbp van veel landen)
  7. Wereldwijde identiteit en affiliaties
  8. Wereldwijde normen en organisaties (OESO, WTO, keurmerken)
  1. Antiglobaliseringsbewegingen
  2. Nieuw politiek nationalisme ("eigen land eerst", handelsoorlogen, Brexit)
  3. Lokale productie en consumptie ("koop lokaal", lokale munten, seizoensgebonden eten)
  4. Globalisering als lokale kans (bijvoorbeeld Ierland dat bedrijven aantrekt met lage belastingen)

Laasch benadrukt dat er eigenlijk geen "mondiaal" management bestaat: wie buiten de landsgrenzen werkt, opereert op een andere plek, niet op een hoger niveau. Verantwoord glocaliseren betekent beide kanten in balans brengen: niet lokale voorkeuren aan de wereld opleggen (zoals het eenzijdig verlaten van het klimaatakkoord van Parijs) en niet mondiale standaarden opleggen waar lokale oplossingen beter passen.

Typen glokale bedrijven

Een eerste indeling is de houding tegenover cultuur, het EPRG-model: etnocentrisch (de eigen thuiscultuur is superieur en wordt overal toegepast), polycentrisch (aanpassen aan meerdere lokale culturen), regiocentrisch (één aanpak per regio) en geocentrisch (de hele wereld als één markt). De belangrijkste indeling uit het college zijn zes "glocal" bedrijfstypes:

TypeKenmerkAdvies voor verantwoord management
Global-sourcing companyOpereert vooral in één land, maar koopt wereldwijd inBinnenlandse ERS-strategie, maar leveranciers wereldwijd goed doorlichten
Export businessMaakt lokale producten voor buitenlandse marktenBinnenlandse strategie, product en proces aanpassen aan buitenlandse eisen
International firm (internationale mentaliteit)Ziet buitenlandse vestigingen vooral als ondersteuning van het thuislandBinnenlandse strategie, maar buitenlandse activiteiten afstemmen op lokale stakeholders
Multinational firmFocus op lokale responsiviteit en onafhankelijk lokaal managementPer locatie een eigen, consistente maar losstaande verantwoordelijkheidsstrategie
Global companyDenkt in één wereldmarkt met gecentraliseerde productieEén mondiale strategie gericht op mondiale kwesties, maar alert op lokale gevoeligheden
Transnational firmCombineert mondiale efficiëntie met lokale responsiviteitEen glokaal verantwoorde strategie die mondiale en lokale kwesties even zwaar weegt

Een purely domestic business doet niets van dit alles. Een voorbeeld van mondiaal denken zonder lokale gevoeligheid: H&M kreeg protesten in Zuid-Afrika na een cultureel ongevoelige advertentie. Laasch noemt ook de global responsibility pyramid: maak winst, volg de wet van gastland en internationaal recht, wees ethisch volgens lokale en mondiale standaarden, en wees een goede burger volgens de verwachtingen van het gastland.

Markttoegang en glokale praktijken

In het college van 2024-25 werden vijf manieren van markttoegang behandeld:

  1. Foreign Direct Investment (FDI): (gedeeltelijk) eigenaar zijn van en zeggenschap hebben over een buitenlandse onderneming, waarbij materiële of immateriële activa naar het buitenland gaan. Voorbeeld: Toyota dat in 1986 een fabriek in de VS opende.
  2. Acquisities (overnames): de vrijwillige of gedwongen (vijandige) aankoop van een meerderheid van de activa van een ander bedrijf. Vrijwillig: Disney en Pixar (2006); vijandig: Kraft en Cadbury (2010).
  3. Fusies: twee of meer bedrijven die vrijwillig één worden, zoals HP en Compaq (2002).
  4. Strategische allianties: relaties op middellange tot lange termijn voor een gemeenschappelijk doel, zoals Nike en Apple (2006).
  5. Sectoroverschrijdende allianties: partners uit verschillende sectoren, zoals Coca-Cola en het Wereld Natuur Fonds (2007).

Verantwoorde glokale praktijken uit het boek:

  • Global sourcing met gedragscodes voor leveranciers; outsourcing (een derde partij doet wat eerst intern gebeurde) en offshoring (activiteiten naar het buitenland verplaatsen) kunnen tot sociale, ecologische en ethische problemen leiden.
  • Bottom of the pyramid (BoP): de circa vier miljard mensen met een zeer laag inkomen; BoP-sourcing koopt bij kleine bedrijven uit die groep in om ontwikkeling te bevorderen.
  • Fair trade geeft kleine producenten een eerlijke prijs boven de markt, langdurige relaties en steun voor gemeenschapsontwikkeling; ethical trade richt zich vooral op arbeidsomstandigheden bij producenten (leefbaar loon, mensenrechten).
  • Aandachtspunten: glokale stakeholders, glokale externaliteiten (effecten van je handelen die anderen dragen), eerlijke verdeling en internationale ontwikkeling.

Hofstedes culturele dimensies

Geert Hofstede (Nederlandse sociaalpsycholoog, ook "pioneer" in dit hoofdstuk) beschreef zes dimensies waarop nationale culturen verschillen:

DimensieBetekenis
Individualisme vs. collectivismeLosse banden tussen individuen tegenover inbedding in sterke groepen
Machtsafstand (power distance)De mate waarin een ongelijke verdeling van macht wordt geaccepteerd en verwacht
Onzekerheidsvermijding (uncertainty avoidance)De mate waarin mensen onbekende of onzekere situaties vrezen
Masculiniteit vs. feminiteitSterk verschillende genderrollen tegenover vergelijkbare genderrollen
Lange- vs. kortetermijngerichtheidGericht op toekomstige beloning tegenover verleden, heden en directe toekomst
Toegeeflijkheid vs. beperking (indulgence vs. restraint)Genietende culturen tegenover culturen die verlangens met strikte normen beteugelen

Hoe scoort Nederland? Sterk individualistisch, lage machtsafstand, gemiddelde onzekerheidsvermijding, meer feminien, langetermijngericht en hoog op toegeeflijkheid.

Waarom is dit relevant voor verantwoord management? In een sterk masculiene cultuur krijgen programma's voor gelijke kansen waarschijnlijk meer weerstand; in een kortetermijngerichte cultuur is duurzaamheid lastiger te verkopen; en in een cultuur met hoge machtsafstand durven medewerkers minder snel tegen hun baas in te gaan (zie het voorbeeld van Yash Pakka in India in het hoofdstuk besluitvorming). Organisatieculturen veranderen sneller dan nationale culturen, dus een eigen verantwoordelijkheidscultuur is mogelijk. Het GLOBE-onderzoek vond daarnaast regionale leiderschapsculturen (Anglo, Confucian Asia, Nordic Europe enzovoort).

Interculturele ethiek en inclusie

Wat te doen als culturen ethisch botsen, bijvoorbeeld rond corruptie of cadeaus aan zakenpartners? Eén aanpak is een gedeelde "wereldethos" van basisnormen, zoals de interreligieuze verklaring met vier principes: rechtvaardigheid, wederzijds respect, rentmeesterschap en eerlijkheid. Drie soorten culturele conflicten: (1) waarden leiden tot tegengestelde conclusies, (2) een regel is in de ene cultuur moreel belangrijk en in de andere niet, (3) men deelt een waarde maar interpreteert die door omstandigheden anders (zoals luchtkwaliteitsnormen). Intensieve communicatie is nodig om het type conflict vast te stellen. Cultureel inclusief management vraagt dat alle groepen even welkom zijn in besluitvorming, even goed geïnformeerd en even uitgenodigd voor formele en informele bijeenkomsten.

Tentamenvoorbereiding (uit het laatste college)

Het digitale tentamen bestaat uit 42 meerkeuzevragen (drie per hoofdstuk of collegedeel) met vier opties, afgenomen in het Comeniusgebouw. Met gokkanscorrectie heb je 28 vragen goed nodig voor een 5,5: een kwart van de punten (10,5) haal je gemiddeld al door te raden, en van de resterende 31,5 moet je 55% goed hebben. De quizvragen zijn representatief. Het tentamen is in het Nederlands, met Engelse termen tussen haakjes waar de vertaling niet letterlijk is. Namen van wetenschappers moet je kennen als ze ook in de colleges zijn behandeld, zoals Porter. De tentamenstof loopt per hoofdstuk tot de "management six-pack"; interviews en "digging deeper" daarna horen er niet bij. Advies: lees de hoofdstukken, maak eigen samenvattingen en flashcards, en help elkaar.

Voor het tentamen
  • Definities international business, globalisering, glocalization en glokaal verantwoord management.
  • De acht krachten voor globalisering en vier voor lokalisering.
  • De zes glokale bedrijfstypes kunnen herkennen in een voorbeeld; EPRG.
  • Vijf vormen van markttoegang met voorbeelden; fair trade versus ethical trade; BoP.
  • Hofstedes zes dimensies kunnen uitleggen en de score van Nederland kennen.

Andere hoofdstukken van Inleiding Verantwoordelijke Organisatie

Test jezelf met oefenvragen