HC 12: Waarschijnlijkheid
Wetenschap gaat in het antropoceen steeds minder over zekerheid en steeds meer over waarschijnlijkheid. Dit college laat zien waar dat idee vandaan komt (Hacking), waarom zekerheid geen overtreffende trap van waarschijnlijkheid is, waarom klimaatvoorspellingen anders werken dan weersvoorspellingen (Winsberg), en waarom dat politiek problematisch is. Het eindigt met de stelling dat waarschijnlijkheid retoriek nodig heeft (Ghosh, Blumenberg). De stof komt uit het hoofdstuk "Het elastiek van de (on)waarschijnlijkheid" uit Meteosofie van Ten Bos.
De opkomst van de waarschijnlijkheid
De filosoof Ian Hacking (1936-2023) beschreef in The Emergence of Probability hoe het denken in kansen in de zeventiende en achttiende eeuw opkwam als correctie op twee vormen van zekerheid: de theologie, die alles zeker wist uit naam van God, en het cartesianisme, dat alles zeker wist uit naam van de wiskunde. Ook eerder waren mensen zich bewust van het waarschijnlijke, vooral in de retorica, met woorden als probabilis, verisimilis (waarschijnlijk, op waarheid lijkend) en credibilis (geloofwaardig).
Zekerheid en waarschijnlijkheid
- Zekerheid is niet de overtreffende trap van waarschijnlijkheid. Het is zinloos om van een zekerheid (de aarde draait om de zon) te zeggen dat ze heel waarschijnlijk is. Scepsis en twijfel zijn daar ongepast.
- Waarschijnlijkheid is soms het hoogst haalbare, maar volgens sommigen niet het wetenschappelijke ideaal; dat blijft zekerheid.
- In het dagelijks leven gaan we pragmatisch met waarschijnlijkheden om en doen we alsof het zekerheden zijn. Iedereen gaat ervan uit dat de zon morgen weer opkomt, ook al is dat niet strikt zeker. Die zekerheid berust op ervaring uit het verleden, niet op wiskunde.
Meteorologie en klimatologie
De meteorologie wordt van oudsher gekenmerkt door onzekerheid. De oude Grieken wisten al dat je geen zekere kennis kunt hebben van wat achter (meta) de lucht (aer) gebeurt. Zelfs de "zekerheidsverslaafde" René Descartes concludeerde dat er geen echte wetenschap van de météores mogelijk was. Later is die twijfel overgeheveld naar de klimatologie.
Het elastiek van de waarschijnlijkheid bij het IPCC
Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) drukt zijn conclusies uit in waarschijnlijkheidsschalen ("zeer waarschijnlijk", "waarschijnlijk", "even waarschijnlijk als niet"). Politiek, bestuur en management kunnen daar moeilijk mee omgaan.
Zekerheid biedt meer gezag dan waarschijnlijkheid. Veel politici kunnen weinig met waarschijnlijkheden en zijn geneigd klimaatzorgen af te doen als klimaatreligie. Het college vraagt waarom populisten dat niet doen bij de medische wetenschap, waar ook in kansen wordt gesproken. Dit was een oefenvraag.
Winsberg: weer versus klimaat
De wetenschapsfilosoof Eric Winsberg (geb. 1968) vraagt wat waarschijnlijkheid eigenlijk is. Waarschijnlijkheid is kans, maar wat is een kans? Kansen zijn onderdeel van de werkelijkheid en hebben een ontologische status (zoals een rots of een boom), maar ze hebben ook een mentaal aspect.
| Weersvoorspelling | Klimaatvoorspelling | |
|---|---|---|
| Soort kans | Objectieve of echte kansen, vergelijkbaar met de roulettetafel (het balletje heeft altijd 1 op 37 kans op een bepaald vakje). | Geen toegang tot echte kansen; waarschijnlijkheden zijn uitingen van geloof (expressions of credence). |
| Waarom | Ondanks de complexiteit kun je vaak inschatten wat er gebeurt op basis van luchtdruk, windrichting en dergelijke. | Veel meer factoren in het spel: multifactorialiteit als kenmerk van complexiteit. |
| Beeld | De roulettespeler | De pokerspeler: tegenstanders lezen, voortdurend bijstellen, op het inconsistente af. |
Winsberg concludeert dat als klimaatwetenschap over waarschijnlijkheden rapporteert, we die alleen zinvol kunnen opvatten als uitingen van geloof (credence). Dat is natuurlijk koren op de molen van klimaatsceptici, hoewel Winsberg dat zeker niet bedoelt. Een tweede paradox: klimatologen doen zoveel onderzoek dat ze in zekere zin te veel feiten genereren om nog een eenduidige boodschap te kunnen geven.
Maar toch: Austin en het onwaarschijnlijke
De filosoof J.L. Austin (1911-1960) vroeg hoe rationeel het is om te twijfelen als je heel veel indirect bewijs hebt, bijvoorbeeld dat er een varken in de buurt is (sporen, geluid, geur), ook al zie je het niet. We vinden het moeilijk om bij het klimaat het uitzonderlijke te aanvaarden; het moet verborgen blijven. Toch leven we in een tijd waarin het onwaarschijnlijke steeds meer de allure van waarschijnlijkheid krijgt.
Ghosh: kalmeringstechnieken en het neoliberalisme
De Indiase schrijver Amitav Ghosh (geb. 1956) beschrijft hoe mensen rust zoeken met kalmeringstechnieken: het is maar een verhaal, het gebeurt ver weg, de normale strategieën werken nog, het zijn alarmisten die geld verdienen aan hun alarm, wat daar gebeurt zal hier niet gebeuren. Het antropoceen leert echter: wat ver weg is, is niet meer ver weg. Westerlingen overschatten hun eigen veiligheid omdat ze zelden iets ergs meemaken.
Het grote kwaad volgens Ghosh is het neoliberalisme, dat het systemische probleem reduceert tot een kwestie van persoonlijke verantwoordelijkheid. De problemen zijn te groot om over te laten aan individuele gewetens; wie in die termen denkt, accepteert neoliberale uitgangspunten. (Het college vraagt plagerig of wie zijn eigen ecologische voetafdruk bijhoudt dan een neoliberaal is.)
Ghosh pleit voor betrokkenheid van fictieschrijvers bij de klimatologie, voor sterker en retorischer taalgebruik zodat de boodschap doordringt, en voor betrokkenheid van religieuze autoriteiten (bijvoorbeeld de encycliek Laudato si' van paus Franciscus). In Nederland noemt het college schrijver Adriaan van Dis als voorbeeld.
Blumenberg: wereldoptimisme en waarheid als metafoor
De Duitse filosoof Hans Blumenberg (1920-1996) onderscheidt:
- de oude Grieken: levenspessimisten maar wereldoptimisten;
- moderne mensen: levensoptimisten maar wereldpessimisten. Met mij gaat het goed, met de wereld wat minder.
Blumenberg merkt ook op dat het woord waarschijnlijkheid suggereert dat de waarheid ergens doorheen op iets kan schijnen. Schijn betekent reflectie, straling en aura, maar ook glitter, bedrog, simulatie en nep. Het woord komt uit de oude retorica, van de sofist die mooi praat en die werd verketterd door wetenschappers die zekerheid wilden. Getallen en wiskunde alleen volstaan niet: ze hebben ook rijke taal nodig. Het gaat om rek (elasticiteit) in het denken. De slotvraag: is klimaat zelf een absolute metafoor, een woord voor een totaliteit die we niet kunnen denken?
Kerngedachten
- Waarschijnlijkheid heeft retoriek nodig: scherpe, goede taal die de tekenen uitlegt die we moeten gebruiken om politieke beslissingen te nemen.
- Misschien is zelfs een soort klimaatpopulisme nodig, ook al zal menig wetenschapper daarvan balen.
- Wetenschap alleen kan het niet aan (Ghosh, Van Dis, Ten Bos, Wallace-Wells, Winsberg, Hamilton).
Casus: een raad van bestuur en klimaatrisico
Een pensioenfonds krijgt een rapport dat het "waarschijnlijk" (66 tot 100 procent kans) is dat een deel van zijn vastgoed in 2050 regelmatig overstroomt. De bestuurders zeggen dat ze "pas handelen als het zeker is". Analyse: zekerheid geeft meer gezag, dus waarschijnlijkheid wordt als zwak gezien (het politieke probleem). Winsberg zou zeggen dat bij klimaat zekerheid principieel onbereikbaar is: het gaat om credence, zoals bij een pokerspeler. Ghosh zou de reactie een kalmeringstechniek noemen (het gebeurt pas later en ergens anders). En het college zou zeggen dat het rapport betere taal nodig heeft om door te dringen: getallen alleen overtuigen niet.
- Hacking: opkomst van waarschijnlijkheid als correctie op theologische en cartesiaanse zekerheid.
- Zekerheid is geen overtreffende trap van waarschijnlijkheid; we doen pragmatisch alsof (de zon komt op).
- Meteorologie van oudsher onzeker (meta + aer, Descartes).
- IPCC: zekerheid geeft meer gezag, dus politici zien klimaatzorg als klimaatreligie.
- Winsberg: weer = objectieve kansen (roulette), klimaat = credence (poker), multifactorialiteit, te veel feiten.
- Austin (indirect bewijs), Ghosh (kalmeringstechnieken, neoliberalisme, schrijvers en religie), Blumenberg (Grieken levenspessimist en wereldoptimist, modernen omgekeerd; waarschijnlijkheid en schijn; klimaat als absolute metafoor).
- Waarschijnlijkheid heeft retoriek nodig.