Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 4: Rechtvaardigheid

Wat is rechtvaardigheid, en wat betekent het in een organisatie? Dit college laat zien dat rechtvaardigheid iets anders is dan het recht, dat ze niet in een definitie te vangen is, en dat het gangbare organisatiekundige denken over rechtvaardigheid (hoe eerlijk word ik behandeld?) een belangrijke kant mist: hoe rechtvaardig ben ik tegenover anderen? Behandeld worden Aristoteles, pleonexia, de verdediging van hebzucht (Thrasymachos, Mandeville), de drie soorten organisatorische rechtvaardigheid en de ethiek van Emmanuel Levinas. De stof komt uit "Rechtvaardigheid in organisaties" (Bedrijfsethiek) en "Het huis op orde krijgen" (Het laatste woord).

Rechtvaardigheid is niet hetzelfde als het recht

De schrijver William Gaddis zei het spits: rechtvaardigheid krijg je in het hiernamaals, in deze wereld heb je de wet. Daarmee zijn de aporieën rondom het recht geopend. Waarom is er geen rechtvaardigheid in het recht? Waarom weten we juist in het recht niet wat recht is? In de aantekeningen staat ook het begrip dikastocratie: een samenleving waarin rechters (Grieks dikastes) de baas zijn.

Veel waarden die we belangrijk vinden, zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid, onttrekken zich aan heldere definities. Dat hoeft ons niet te bedroeven: het zet ons juist aan om er steeds opnieuw over te praten.

Aristoteles: rechtvaardigheid als beslissing in taal

  • Rechtvaardigheid is een beslissing (Grieks krisis) die we talig moeten begrijpen. We verwachten van gezagsdragers (docenten, politici, directeuren) dat zij iets uitspreken om iets wat mis is recht te zetten, bijvoorbeeld door excuses te maken.
  • Er bestaat geen dike (recht, rechtvaardigheid) zonder logos (taal, rede). Het gaat om woorden die gesproken moeten worden en die laten zien wat passend of schadelijk is voor ons leven.
  • Dit veronderstelt de logos delotikos: de rede die iets verheldert. Door taal te gebruiken geef je een situatie het etiket "rechtvaardig" of "onrechtvaardig".
  • Dike versterkt de gemeenschap (polis); adikia (onrechtvaardigheid) verzwakt haar.
  • Aristoteles hanteert geen vaste definitie. Afhankelijk van de situatie kennen we rechtvaardigheid toe aan wat passend en aangemeten is.
  • Rechtvaardigheid is de volledige deugd, omdat ze niet alleen over jezelf gaat maar over je verhouding tot anderen. Die verhoudingen zijn een oefening (askesis).
  • Rechtvaardigheid en wet hangen samen maar zijn niet hetzelfde: wie de wet overtreedt, wordt al snel onrechtvaardig gevonden. Er is ook een verband met eerlijkheid, gelijkheid, gematigdheid en billijkheid.

Pleonexia: te veel willen hebben

Pleonexia komt van pleon (meer) en echein (hebben). Aristoteles bedoelt een vorm van hebzucht waarbij iemand meer wil dan hem toekomt: het onverzadigbare verlangen om ook te hebben wat van anderen is, desnoods ten koste van hen. Wie eraan lijdt, ziet anderen slechts als middel voor de eigen verlangens; het college spreekt van een bijna psychopathische toestand van mensen die nooit tevreden zijn. Pleonexia ondermijnt de rechtvaardigheid.

De verdediging van hebzucht

  • Thrasymachos (ca. 425 v.C.), in de dialogen van Plato: pleonexia hoort bij de menselijke natuur, en elke poging om haar te bestrijden loopt uit op vals moraliseren. Rechtvaardigheid is niets anders dan het voordeel van de sterkste. Zijn positie is ironisch: hij lijkt het niet helemaal te menen, maar wil dat we met dit standpunt rekening houden.
  • Bernard Mandeville (1670-1733), De fabel van de bijen: niet ieder individu hoeft goed te zijn om een goede samenleving te krijgen. Private vices, public benefits: ondeugden van individuen (hebzucht, ijdelheid) leveren de samenleving welvaart op. Hij geldt als grondlegger van het liberalisme en van economische ideeën als de homo economicus, die ook geen altruïst is.

Onthoud ook: discussies over rechtvaardigheid gaan meestal over het onrecht dat mij is aangedaan, zelden over wat ik voor anderen kan doen. Het thema is belangrijk omdat blijvend onrecht op maatschappelijk niveau tot instabiliteit en op organisatieniveau tot demotivatie leidt.

Organisatorische rechtvaardigheid

In de organisatiekunde is organisatorische rechtvaardigheid de mate waarin mensen op het werk ervaren dat ze eerlijk behandeld worden door hun organisatie, leidinggevenden en collega's. Kenmerken van deze literatuur:

  • De focus ligt op rechtvaardigheid voor het zelf: behandelen anderen mij onrechtvaardig?
  • Eerlijkheid is een subjectieve ervaring (over werkverdeling, beloning, sancties).
  • De theorieën claimen descriptief te zijn, in tegenstelling tot filosofische theorieën waarin rechtvaardigheid een normatief ideaal is.
  • Rechtvaardigheid wordt zo een organisatie-uitkomst, net als winst of efficiëntie. Het belang ervan zit in de motivatie van mensen.
SoortWaar het om gaatKernbegrippen
Verdelende (distributieve) rechtvaardigheidStaat wat ik erin stop (inspanning) in verhouding tot wat ik eruit krijg (beloning)?Input-outputberekening, equity theory (billijkheid): mensen passen hun inzet aan als de beloning niet in verhouding staat. Kritische vraag: maken mensen echt voortdurend zulke berekeningen?
Procedurele rechtvaardigheidNiet de uitkomst voor mij, maar hoe eerlijk het proces of de procedure is.Consistentie, onpartijdigheid (vrij van vooroordeel), accuratesse, vertegenwoordiging van belanghebbenden, correctheid, overeenstemming met ethische normen.
Interactionele rechtvaardigheidWord ik eerlijk behandeld in mijn contact met mensen, vooral met gezagsdragers?Waarachtigheid, rechtvaardiging (uitleg geven), respect, fatsoen. Gevaren: minachting en gebrek aan respect.
Voorbeeld

Twee teams krijgen een bonus. Team A vindt het bedrag te laag voor het geleverde werk: dat is een kwestie van verdelende rechtvaardigheid. Team B vindt het bedrag prima, maar heeft nooit gehoord hoe de verdeling tot stand kwam en vermoedt vriendjespolitiek: procedurele rechtvaardigheid. Een medewerker hoort via de wandelgangen dat hij niets krijgt, zonder uitleg van zijn leidinggevende: interactionele rechtvaardigheid.

Rhodes: niet alleen hoe ik behandeld word

Carl Rhodes is kritisch over dit organisatiekundige beeld. Hij vraagt ons niet te kijken naar of mensen ervaren dat ze rechtvaardig behandeld worden, maar naar hoe zij zelf rechtvaardig kunnen zijn tegenover anderen. Rechtvaardigheid is dan niet alleen een gevoel, maar een concrete activiteit die uitdrukt hoe je je tot anderen verhoudt. Voor de meeste filosofen is rechtvaardigheid bovendien een morele categorie en geen juridische, doortrokken van emotie en niet volledig rationeel. Ze is daarom normatief: iets waarvoor je moet strijden.

Levinas: het gelaat en de oneindige verantwoordelijkheid

Emmanuel Levinas (1906-1995) legt een nauw verband tussen rechtvaardigheid en ethiek, zonder voorschriften te geven.

  • Ethiek is geen kennis. Wie ethisch handelt, reduceert de ander nooit tot een categorie (leeftijd, geslacht, nummer, persoonlijkheidstype, identiteit). Wie mensen in categorieën indeelt, komt nooit bij wie ze werkelijk zijn. Het college verwijst naar de toeslagenaffaire, waarin algoritmen mensen tot risicoprofielen reduceerden.
  • Het gelaat (visage): in het gezicht van de ander ligt een appel, een soort dwang om het goede voor hem of haar te doen. Die eis is oneindig: je doet nooit genoeg. Goedheid betekent dat de ander zwaarder weegt dan ik zelf.
  • Werk is nodig voor ethiek: gastvrijheid en vrijgevigheid vereisen middelen. Je kunt een ander niet met lege handen en een gesloten huis tegemoet treden.
  • De derde. Rechtvaardigheid ontstaat zodra er naast de ander nog anderen zijn. Ik kan rechtvaardig zijn tegenover jou, maar wat betekent dat voor hem, haar en al die anderen? Ik moet mijn verantwoordelijkheid delen en verdelen. Levinas onderscheidt de ander (autre) van de andere ander (autrui): goed doen voor de een is niet hetzelfde als goed doen voor de ander.

Daardoor hebben ethiek en rechtvaardigheid een aporetische verhouding. Ethiek is de grond van rechtvaardigheid (zonder ethiek kan niemand rechtvaardig handelen), maar rechtvaardigheid kan nooit aan de eis van de ethiek voldoen, omdat de oneindige eis van één gelaat altijd gecompromitteerd wordt door de anderen.

Wat betekent dit voor organisaties?

Rechtvaardigheid onttrekt zich aan afvinklijstjes en gedragscodes. Een organisatie die rechtvaardigheid serieus neemt, heeft niet simpelweg haar codes op orde, maar is bereid deel te nemen aan een doorlopend proces van zelfkritiek: steeds opnieuw de vraag stellen of een handelwijze genoeg is. Dit was letterlijk een oefenvraag.

Conclusies van het college

  • Organisatorische rechtvaardigheid staat op gespannen voet met ethiek.
  • Rechtvaardigheid moet over meer gaan dan eerlijkheid en gelijkheid: ook over zorg.
  • Rechtvaardigheid en ethiek kunnen niet worden gecodificeerd.
  • Rechtvaardigheid is gegrond in ethiek (bij Levinas: de unieke onkenbaarheid van de ander), maar zal de ethiek altijd ook schenden.
  • Er is nooit reden om te denken dat rechtvaardigheid bereikt is: het is een blijvende taak.

Casus: een reorganisatie met een algoritme

Een verzekeraar laat een algoritme bepalen welke medewerkers boventallig worden, op basis van productiviteitscijfers. De procedure is consistent en onpartijdig (procedureel rechtvaardig), en iedereen krijgt een nette brief (interactioneel redelijk). Vanuit de organisatiekunde lijkt het in orde. Vanuit Levinas niet: mensen worden gereduceerd tot een categorie (een score), en het gelaat van de individuele medewerker, met zijn eigen situatie, verdwijnt. Vanuit Rhodes is de vraag niet alleen hoe medewerkers het ervaren, maar wat de leiding zelf doet om rechtvaardig te zijn tegenover hen. En vanuit Aristoteles verwachten de getroffenen dat iemand met gezag het woord neemt en uitspreekt wat er gebeurt.

Voor het tentamen
  • Recht is niet gelijk aan rechtvaardigheid (Gaddis); waarden als rechtvaardigheid zijn niet te definiëren.
  • Aristoteles: krisis (beslissing), geen dike zonder logos, logos delotikos, dike versterkt de polis, volledige deugd, geen vaste definitie.
  • Pleonexia (meer willen hebben dan je toekomt) en de verdedigers: Thrasymachos (recht van de sterkste) en Mandeville (private vices, public benefits).
  • Drie soorten organisatorische rechtvaardigheid: verdelend (equity theory), procedureel, interactioneel. Herken ze in een voorbeeld.
  • Rhodes: niet alleen hoe ik behandeld word, maar hoe ik anderen behandel.
  • Levinas: ethiek is geen kennis, niet reduceren tot categorieën, het gelaat, oneindige eis, de derde, aporetische relatie tussen ethiek en rechtvaardigheid, doorlopende zelfkritiek.

Andere hoofdstukken van Bedrijfsethiek

Test jezelf met oefenvragen