HC 13: Het volk in de grot
Het laatste inhoudelijke college gaat over de verhouding tussen waarheid en het volk. Willen mensen eigenlijk wel de waarheid weten? Het college begint bij Plato's grotallegorie, bespreekt de rol van wetenschappers en journalisten, de "duistere verlichting" van alt-right, de crisis van de expertise, en komt tot de conclusie dat onze cultuur minder waarheidlievend is dan we denken. Dat raakt aan een thema dat de hele cursus loopt: hoe overtuigt de wetenschap het publiek? De stof komt uit het hoofdstuk over wetenschappers en journalisten in Het volk in de grot van Ten Bos.
In Plato's Politeia vertelt Socrates over mensen die hun hele leven geketend in een grot zitten, met hun gezicht naar de wand. Achter hen brandt een vuur, en voor dat vuur worden voorwerpen langs gedragen. De gevangenen zien alleen de schaduwen op de wand en houden die voor de werkelijkheid. Als één van hen wordt bevrijd, is hij eerst verblind door het licht en wil hij terug. Pas langzaam ziet hij de echte dingen en uiteindelijk de zon (het Goede). Als hij terugkeert om de anderen te bevrijden, lachen ze hem uit of willen ze hem doden. De allegorie gaat over paideia: opvoeding en vorming tot inzicht.
Opmerkingen bij de allegorie
- Gewone mensen zijn vrij onkritisch over wat ze geloven.
- De geketende mensen laten zich bedriegen. Maar veronderstelt de mogelijkheid om bedrogen te worden niet een zekere bewegingsvrijheid?
- Socrates wil nadenken over hoe die mensen bevrijd kunnen worden. Dat is vooral een kwestie van genezing en gezondheid: ook onwetenden willen gezond zijn.
- Het leerproces is niet vrijwillig. Niets is moeilijker dan een aanbod tot bevrijding aanvaardbaar maken voor mensen die denken dat ze al vrij en gezond zijn. Socrates wekt daardoor ergernis.
- Hoe kan het volk (demos) onderscheid maken tussen wie de waarheid vertelt en wie haar ontkent?
- Moet je eigenlijk wel weten hoe de vork in de steel zit om gelukkig te leven?
Het grote doel van alle paideia blijft: mensen weerbaar maken tegen de verleiding van illusie, vervoering en verlokking. De uitspraak die het best bij Plato's opvoedkunde past: geen staat kan het zich veroorloven niet na te denken over hoe je burgers weerbaar maakt tegen leugens en illusies. Dit was een oefenvraag.
Kritiek op Plato: (a) hij onderschat in de grotallegorie het volk (elders in zijn werk doet hij dat niet); (b) paideia is bij hem in feite een selectieprogramma, bestemd voor heel weinigen en niet voor het volk; (c) willen we wel leven in een samenleving zonder leugens en mythen?
De Kretenzerparadox
De paradox van Epimenides (zevende eeuw v.C.), zelf een Kretenzer, die zei dat alle Kretenzers liegen. Als hij de waarheid spreekt, liegt hij; als hij liegt, spreekt hij de waarheid. Uiteindelijk gaat het om de vraag in hoeverre we allemaal heimelijk verlangen naar leugen en illusie. Zijn we wel zo waarheidlievend?
Argumenten voor trouw aan de waarheid
- De democratie zou ineenstorten zonder een fatsoenlijke informatie-infrastructuur.
- Voor het onderhoud daarvan zijn onder meer wetenschappers en journalisten verantwoordelijk.
- Het volk moet weldenkend worden gemaakt, want zonder waarheid en redeneervermogen kan de demos geen goede beslissingen nemen.
- Wetenschapper en journalist verschillen wel: de wetenschapper kan het zich nog steeds veroorloven moeilijk te schrijven, de journalist meestal niet. Een probleem is dat journalisten vaak niet voor het brede publiek schrijven maar voor bepaalde doelgroepen (abonnees, betalende lezers). Denk ook aan de opkomst van de constructieve journalistiek.
Alt-right en de duistere verlichting
De beweging die zich alt-right of dark enlightenment (duistere verlichting) noemt, met denkers als Nick Land en Curtis Yarvin, bekritiseert wat zij de kathedraal noemen: het geheel van linkse ideeën dat door politiek, journalistiek en wetenschap zo eenvormig wordt uitgedragen dat het functioneert zoals de kerk in de middeleeuwen. Volgens hen doen feiten daarbij niet ter zake, ook al beweert links van wel; de "echte" feiten zouden heel anders zijn. Provocateurs als Milo Yiannopoulos zeggen dat ze geïnteresseerd zijn in feiten en niet in gevoelens.
| Stelling van de duistere verlichting | Toelichting |
|---|---|
| 1. Elke aanspraak op waarheid is onzinnig, hoogmoedig en verraderlijk. | Wie zegt de waarheid te hebben, wil macht. |
| 2. Als er al kennis van de waarheid is, is die meestal niet goed voor mensen. | Ze vervreemdt hen van het zijn (inspiratiebron: Julius Evola). |
| 3. Loyaliteit aan mensen is belangrijker dan loyaliteit aan de waarheid. | Waarheid betekent in het sociale verkeer niets; je moet ook achter iemand staan als die onzin verkoopt. |
Daaraan verwante oude gedachten: qui auget scientiam auget dolorem, wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart (een gedachte uit de Bijbel, Prediker): weten maakt niet gelukkig. En: waarheid bewijst niets; loyaliteit aan personen is belangrijker en overtuigender dan loyaliteit aan wat zij de waarheid noemen.
De crisis van de expertise
- Mede door deze denkbeelden is er een crisis van de expertise.
- De expert wordt gezien als een soort technicus die bestaande probleempjes oplost (zoals de huisarts die een middeltje voorschrijft).
- De expert levert volgens critici geen kennis (episteme) maar slechts een mening (doxa).
- Toch vindt Tom Nichols (The Death of Expertise) het dom als mensen niet naar experts luisteren: het leven is te complex om alles zelf te begrijpen.
Conclusies van Ten Bos
- De denkbeelden van alt-right zijn nooit helemaal uit onze cultuur weg geweest en spelen er zelfs een belangrijke rol in.
- Onze cultuur is dus niet zo waarheidlievend als we geneigd zijn te denken. Zorg om waarheid is niet vanzelfsprekend.
- Voor de wetenschap betekent dit dat het niet makkelijk zal zijn mensen van haar bevindingen te overtuigen: het volk in de grot heeft (denkt het) goede redenen om het kennisaanbod van bovenaf te negeren.
- Dit leidt tot een variant op de Kretenzerparadox: de redelijkheid kan haar kracht alleen doorzetten door iets onredelijks van mensen te eisen, namelijk dat ze zich niets gelegen laten liggen aan hun eigen geluk.
- Slotgedachte: de pathologie van de rede is dat zij zich nooit door iets anders wil laten corrigeren, terwijl zij zich wel aanmatigt al het andere te corrigeren.
De rode draad van de cursus
Dit college sluit de cirkel. In college 1 claimt management het gezag van gezond verstand en verbiedt het twijfel. In college 8 en 10 wordt de wetenschapper een betrokken deelnemer met een politieke rol. In college 12 blijkt dat waarschijnlijkheid retoriek nodig heeft. En in college 13 blijkt dat het publiek helemaal niet vanzelf de waarheid wil horen. Steeds gaat het om de vraag hoe kennis en gezag zich verhouden tot twijfel, macht en het publiek.
Casus: een voedingsbedrijf en de wetenschap
Een frisdrankfabrikant financiert onderzoek dat suiker "minder schadelijk" noemt en voert een campagne waarin "experts het ook niet weten". Analyse: het bedrijf speelt in op de crisis van de expertise (wetenschap als doxa), op de wens van het publiek om niet alles te hoeven weten (wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart) en op loyaliteit aan een merk boven waarheid. Plato zou zeggen dat de staat burgers weerbaar moet maken tegen zulke illusies (paideia). Tegelijk waarschuwt het college dat mensen een aanbod tot "genezing" slecht verdragen als ze denken al gezond te zijn: alleen feiten aanbieden werkt dus niet.
- Grotallegorie: onkritische mensen, bevrijding als genezing, onvrijwillig leerproces, ergernis.
- Paideia: mensen weerbaar maken tegen illusie; geen staat kan zonder nadenken over weerbaarheid tegen leugens. Kritiek: Plato onderschat het volk, paideia als selectieprogramma, willen we een mythevrije samenleving?
- Kretenzerparadox (Epimenides): verlangen we heimelijk naar illusie?
- Informatie-infrastructuur, wetenschappers en journalisten, doelgroepen, constructieve journalistiek.
- Duistere verlichting (Land, Yarvin): de kathedraal en de drie stellingen; Evola.
- Crisis van de expertise: episteme versus doxa, Tom Nichols.
- Conclusie: onze cultuur is niet zo waarheidlievend; pathologie van de rede.