Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 9: Het antropoceen

Vanaf dit college verschuift de cursus van het bedrijf naar de planeet. Het antropoceen is de naam voor een tijdperk waarin de mens de belangrijkste factor is geworden in wat er op aarde gebeurt. Het college bespreekt wat de term betekent, waarom hij omstreden is, de ideeën van het Stockholm Resilience Centre (planetaire grenzen, veilige handelingsruimte, kantelpunten), de onbevattelijkheid van de vraagstukken en het begrip pliocene wanhoop. De stof komt uit de eerste drie hoofdstukken van Dwalen in het antropoceen van Ten Bos ("De zone", "Diepe tijd" en "Angst bezweren") en een recensie van dat boek.

De mens als nieuwe factor

Antropoceen komt van anthropos (mens) en kainos (nieuw). We leven in een tijdperk waarin voor het eerst in de geschiedenis van de planeet één soort invloed uitoefent op wat er op die planeet gebeurt: homo sapiens. De term is gepopulariseerd door de Nederlandse atmosfeerchemicus en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen (1933-2021).

Geologische tijd in het kort

Geologen delen de geschiedenis van de aarde in tijdvakken in op basis van aardlagen (stratigrafie). Het huidige officiële tijdvak is het holoceen, dat ongeveer 11.700 jaar geleden begon na de laatste ijstijd. Daarvoor lag onder meer het plioceen (ongeveer 5 tot 2,6 miljoen jaar geleden), de tijd van vroege mensachtigen zoals "Lucy". Het antropoceen zou een nieuw tijdvak zijn waarin menselijke sporen in de aardlagen zichtbaar worden.

Grote thema's: globaal en lokaal

  • Wie is de mens? Wat is onze verhouding tot de natuur en de planeet?
  • Weten we nog waar we heen moeten? Het antropoceen is een soort labyrint, een zone waarin de planeet steeds vaker dingen doet waar we niet op zitten te wachten: een planeet die terugbijt.
  • Het gaat om omgaan met complexiteit.
  • Hoe groot de thema's ook zijn (planeet, klimaat, mens), je ziet ze ook om de hoek gebeuren. Vraagstukken rond het antropoceen zijn globaal en lokaal tegelijk. Daarom begint het boek met de eigen regio van de auteur, Twente (Twekkelo, het vervuilde Twentekanaal, de geur van chloor in Hengelo). Mensen interpreteren de ontwikkelingen in zo'n regio overigens heel verschillend.

Waarom het lastig is

  • Wetenschappers zijn het onderling oneens, bijvoorbeeld geologen en klimaatwetenschappers.
  • Er is politiek gedoe: hoe moeten we de rol van de anthropos duiden? Is de mens schuldig, of slechts bepaalde mensen?
  • Er is verzet tegen de naam zelf. Alternatieven: kapitaloceen (het kapitalisme is de oorzaak, niet de mens als soort), plasticoceen, of gewoon vasthouden aan het holoceen. Op de laatste slide staat er grappend nog één bij: het "fagoceen" (eet niet te veel).
Waarom geologen moeite hebben met de term

De geologie is een stratigrafische wetenschap: ze bepaalt tijdvakken aan de hand van aardlagen. In de aardlagen zijn tot nu toe maar weinig fossiele bewijzen gevonden die op het belang van de mens wijzen. Een tijdvak van een paar eeuwen is geologisch gezien bovendien piepklein. Dat is de kern van hun bezwaar, niet dat geologie corrupt of ongeïnteresseerd in mensen zou zijn. (In 2024 wees een werkgroep van geologen het antropoceen als officieel tijdvak af.)

Drie ideeën van het Stockholm Resilience Centre

BegripBetekenis
Planetaire grenzen (planetary boundaries)De wetenschappelijk vastgestelde grenzen aan hoe hard de mensheid de aarde mag belasten zonder het ecosysteem op lange termijn te beschadigen. Er zijn er negen, waaronder klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, stikstof- en fosforkringlopen, landgebruik, zoetwater, oceaanverzuring, de ozonlaag, aerosolen en nieuwe stoffen.
Veilige handelingsruimte (safe operating space)De ruimte waarbinnen menselijke activiteit kan plaatsvinden zonder onherstelbare schade aan de systemen die leven mogelijk maken: een veilige zone waarbinnen problemen nog oplosbaar zijn.
Drempels en kantelpunten (tipping points)Zelfs kleine gebeurtenissen kunnen een systeem over een punt tillen waarna onomkeerbare veranderingen optreden. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Ten Bos spreekt van zoneveranderingen: je komt in een andere zone, een andere werkelijkheid.

Daarbij hoort het beeld van de grote acceleratie: sinds ongeveer 1950 stijgen bevolking, energiegebruik, CO2, kunstmest, waterverbruik en toerisme vrijwel tegelijk steil.

De onbevattelijkheid van de vraagstukken

  • Heel veel weten we niet: scepsis is op zijn plaats.
  • Waarschijnlijkheid treedt in de plaats van zekerheid (zie college 12).
  • Zijn wetenschappers niet te alarmistisch? Sommigen vinden van wel.
  • Methodologisch: van lijn naar kronkel. Descartes adviseerde wie in een bos verdwaald is om in een rechte lijn te lopen, dan kom je er vanzelf uit. Maar is dat de juiste weg bij grote vraagstukken? Misschien moeten we juist cirkels, kronkels en dwaalpaden volgen. Hier past de titel Dwalen in het antropoceen: dwalen is zoeken zonder vooropgezette route.

De recensent van het boek typeert Ten Bos als een bricoleur, een denker die zijn materiaal overal vandaan haalt en zich weinig aantrekt van de grenzen tussen filosofie, wetenschap en literatuur. Hij noemt Michel Serres de belangrijkste inspiratiebron van het boek en vat de houding die het labyrint vraagt samen als geduld, scepsis en terughoudendheid. Ten Bos wantrouwt iedereen die ons de richting wil wijzen. Tegelijk bekritiseert hij Serres omdat die te veel generaliseert over "de mensheid" en "de natuur": niet iedereen is in gelijke mate schuldig aan of slachtoffer van de catastrofes.

Pliocene wanhoop

Het begrip pliocene wanhoop komt uit een gedicht van de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub over Lucy, de drie miljoen jaar oude Australopithecus afarensis, die aan de oever van een meer wachtte en alleen de dood ontmoette. Het gedicht eindigt met de gedachte dat wij misschien net als zij wachten, en dat we misschien gevonden worden als er ooit echte mensen zijn.

Ten Bos ziet pliocene wanhoop als een juiste vorm van zelfscepsis en een middel tegen het altijd dreigende narcisme van de mens. De kerngedachte: misschien zijn wij, ondanks al onze pretenties, niet de echte mensen, en moeten die nog komen. Het college gebruikt de term ook voor de wanhoop van de vraag wie we eigenlijk zijn en wat we kunnen worden.

Kunst en het antropoceen

Het college toont ook kunstwerken over ecologie en technologie (zoals de onderwatersculptuur Anthropocene van Jason deCaires Taylor). Het punt: omdat het antropoceen zo onbevattelijk is, komen mythen, literatuur en kunst als vanzelf in beeld als manieren om het te begrijpen.

Casus: een bedrijf en het antropoceen

Een chemiebedrijf in Twente zegt dat zijn emissies "binnen de vergunning" vallen. Met dit college kijk je verder: lokale vervuiling is onderdeel van een globaal vraagstuk (globaal en lokaal tegelijk). De planetaire grenzen laten zien dat ook binnen de regels de veilige handelingsruimte kan worden overschreden. Een kleine extra belasting kan een kantelpunt raken (zoneverandering). En de discussie over kapitaloceen vraagt of niet de mens in het algemeen, maar een economisch systeem verantwoordelijk is.

Voor het tentamen
  • Antropoceen: anthropos en kainos, mens als nieuwe factor, Paul Crutzen.
  • Globaal en lokaal tegelijk; het antropoceen als zone en labyrint; de planeet die terugbijt.
  • Bezwaar van geologen: stratigrafie, weinig fossiel bewijs in de aardlagen.
  • Alternatieve namen: kapitaloceen, plasticoceen, holoceen.
  • Stockholm Resilience Centre: planetaire grenzen, veilige handelingsruimte, kantelpunten (zoneveranderingen); de grote acceleratie.
  • Van lijn naar kronkel (Descartes in het bos); scepsis, alarmisme.
  • Pliocene wanhoop (Holub, Lucy): zelfscepsis tegen narcisme; misschien moeten de echte mensen nog komen.

Andere hoofdstukken van Bedrijfsethiek

Test jezelf met oefenvragen