HC 8: Macro-omgeving en scenario's
Strategie is onder meer het tot stand brengen van een fit tussen organisatie en omgeving. Dit college is het eerste van drie analysecolleges: het kijkt naar de externe omgeving, van de directe bedrijfstak tot de brede macro-omgeving. Je leert welke lagen de omgeving heeft (bedrijfstak, business ecosystem, institutionele omgeving, macro-omgeving), hoe je de macro-omgeving analyseert met PESTLE, hoe je omgevingen indeelt naar dynamiek en wanorde, en hoe scenario's helpen als de toekomst onvoorspelbaar is. Het verplichte artikel is Walsh (2005) over scenarioplanning.
- Externe omgeving. Alles buiten de organisatie dat haar beïnvloedt: klanten, concurrenten, leveranciers, wetten, economie, technologie, cultuur.
- Kansen en bedreigingen. Ontwikkelingen in de omgeving die gunstig (kansen) of ongunstig (bedreigingen) zijn voor het bedrijf. Ze vormen de O en T van de SWOT.
- Scenario. Een samenhangend verhaal over een mogelijke toekomst.
Waar staat dit college in het geheel?
Het strategy framework uit hoorcollege 3 stelt de vraag "wat is de context?". Rond het bedrijf liggen twee schillen: de concurrentieomgeving (het volgende college) en daaromheen de macro-omgeving (dit college). In het model van Wilson levert de omgevingsanalyse de kansen en bedreigingen op: wat mogen of moeten we zijn?
Het doel van strategische analyse is:
- bedreigingen voor het huidige bedrijf identificeren;
- kansen identificeren om het bedrijf te transformeren;
- de belangrijkste factoren vinden die het bedrijf nu én in de toekomst beïnvloeden;
- het is een techniek om complexe omgevingen en problemen terug te brengen tot de essentie (datareductie).
De lagen van de externe omgeving
Het boek deelt de omgeving in vier lagen in, van dichtbij naar ver weg. Het college gebruikte steeds de Efteling als voorbeeld.
| Laag | Wat is het? | Voorbeeld Efteling |
|---|---|---|
| Bedrijfstak (industry) | Bedrijven die vergelijkbare producten aanbieden | Walibi Holland, Disneyland Paris |
| Business ecosystem | Een groep organisaties die van elkaar afhankelijk zijn om waarde te creëren | Beekse Bergen (samen een dagje uit in Brabant), een boomkwekerij die het park aankleedt |
| Institutionele omgeving | De omgeving waarin dezelfde instituties gelden, meestal een land: regels, gebruiken, standaarden en wat vanzelfsprekend is | Nederlandse wet- en regelgeving, de gewoonte om met het gezin uitjes te maken |
| Macro-omgeving | Brede maatschappelijke krachten | De Nederlandse bevolkingssamenstelling, de overheid, bewonersverenigingen |
Instituties zijn vaak zo vanzelfsprekend dat we er niet eens over praten: dat je in Nederland rechts rijdt, dat winkels op bepaalde tijden open zijn, dat je fooi geeft of juist niet.
Strategische groepen en de strategische kaart
Binnen een bedrijfstak concurreren niet alle bedrijven direct met elkaar. Een strategische kaart plaatst bedrijven op twee strategische dimensies, bijvoorbeeld voor Amerikaanse restaurantketens: prijs (laag tot hoog) en menu (beperkt tot volledig). Fastfoodketens zitten bij laag en beperkt, familierestaurants bij gemiddeld en volledig. Bedrijven die dicht bij elkaar liggen, vormen een strategische groep. Onderzoek onder 1.191 Amerikaanse verzekeraars (Schimmer en Brauer, 2012) liet zien dat strategische groepen echte verschillen in prestaties verklaren. Dit wordt uitgewerkt in het volgende college.
Business ecosystems
Een ecosysteem is georganiseerd rond een eindproduct, zodat de onderdelen elkaar aanvullen. Twee begrippen zijn belangrijk:
- Componenten: de output van leveranciers stroomopwaarts die de focale partij in haar eigen product verwerkt (de chip in een smartphone).
- Complementen: aanbiedingen die de klant stroomafwaarts naast het product van de focale partij nodig heeft om het te gebruiken (apps bij een smartphone, laadpalen bij een elektrische auto).
Het onderscheid hangt af van waar het element in de stroom van activiteiten gebundeld wordt, niet van wie het maakt. Ecosystemen hebben twee bijzondere kenmerken:
- De rol van complementors: een bedrijf kan geen waarde creëren als niet alle onderdelen aanwezig zijn. De onderlinge afhankelijkheid is complex en de onderdelen vragen verschillende capaciteiten, hebben een andere economie en innoveren in een ander tempo.
- Balans tussen samenwerking en concurrentie: bedrijven werken samen om waarde te creëren en concurreren om waarde te verdelen. Dat speelt binnen componenten, tussen bedrijven in hetzelfde ecosysteem en tussen rivaliserende ecosystemen.
| Systeemstrategie | Componentstrategie |
|---|---|
| Het bedrijf heeft brede capaciteiten voor veel componenten en kan ze allemaal tegen marktkosten maken, maar hogere prijzen vragen | Het bedrijf richt zich op één component; waarschijnlijk in jonge ecosystemen waar innovatie het hoofdprobleem is, niet opportunisme |
De boodschap: geen organisatie staat alleen.
PESTLE-analyse van de macro-omgeving
De macro-omgeving is breed en een bedrijf kan haar nauwelijks beïnvloeden, terwijl haar invloed op de uitvoering van de strategie groot is. De PESTLE-analyse ordent haar in zes categorieën:
| Factor | Voorbeelden |
|---|---|
| Political (politiek) | Politieke stabiliteit, invloed van de politiek, handelsbeleid, belastingbeleid, subsidies, conflicten |
| Economic (economisch) | Inflatie, rente, wisselkoersen, economische groei, besteedbaar inkomen, werkloosheid |
| Sociological (sociaal-cultureel) | Demografische ontwikkelingen, opleidingsniveau, levensstijl, bevolkingsgroei |
| Technological (technologisch) | Veranderende technologieën, infrastructuur rond innovatie, automatisering |
| Legal (juridisch) | Octrooirecht, antidiscriminatiewetten, consumentenrechten, gezondheids- en veiligheidsregels, minimumloon |
| Environmental (ecologisch) | Grondstoffen, klimaat en weer, risico op natuurrampen, afval en recycling |
Let op het verschil tussen P en L: politiek gaat over beleid en stabiliteit (wat de overheid wil), juridisch over geldende wetten en regels. En wisselkoersen horen bij economisch, zoals de oefenvraag over het exporteren van paraplu's naar de Verenigde Staten of Cuba laat zien; de politieke situatie in Cuba zou wel onder P vallen.
PESTLE voor de restaurantbranche (voorbeeld uit het college): politiek (stabiliteit, hygiëneregels, belastingen), economisch (meer uit eten door hoger besteedbaar inkomen, maar stijgende loonkosten en grondstofprijzen), sociaal (bewustzijn over biologisch eten, drukke levensstijl, groeiende bevolking), technologisch (betalen met de smartphone, online bestellen, automatisering), juridisch (voedselveiligheid, minimumloon, welzijn van medewerkers), ecologisch (afvalbeheer, recycling, verschuiving naar plantaardig eten).
Doelbewust of emergent? De omgeving bepaalt
Het college herhaalde de test uit hoorcollege 2 met zeven stellingen. Een score van drie of minder wijst op een eenvoudige, stabiele omgeving, waar een doelbewuste strategie past. Vier of meer wijst op een complexe, veranderende omgeving, waar een emergente strategie beter werkt.
Vier soorten verandering
Omgevingen veranderen niet allemaal even snel en even hard. Het boek gebruikt twee dimensies:
- Dynamiek (dynamism): de grilligheid of snelheid van veranderingen.
- Wanorde (disorder): de kracht of ingrijpendheid van verandering.
| Lage wanorde | Hoge wanorde | |
|---|---|---|
| Hoge dynamiek | Creatieve (fluïde) verandering: weinig turbulentie, maar veel kleine verstoringen; bedrijfsmodellen veranderen stapsgewijs maar vaak. Voorbeeld: de filmindustrie. Passende tools: dynamische analyse, scenarioplanning, speltheorie, realopties. | Radicale verandering: veel turbulentie, vaak verstoringen die competenties vernietigen; hypercompetitief, grote onzekerheid. Voorbeeld: de videogame-industrie. Voorspellen werkt niet meer; patroonherkenning en analogieën helpen. |
| Lage dynamiek | Progressieve verandering: weinig turbulentie, vrij stabiel, stapsgewijze veranderingen in middelen, capaciteiten en bedrijfsmodellen. Voorbeeld: radio-omroep. Traditionele tools als PESTLE en vijfkrachtenanalyse werken goed. | Intermediërende (onderbroken) verandering: zelden, maar dan ingrijpend; competenties worden vernietigd en nieuwe bedrijfsmodellen ontstaan, al blijven veel kernmiddelen waardevol. Voorbeeld: tv-omroep. Technologievoorspellingen en scenarioplanning helpen. |
Strategie en een onvoorspelbare toekomst: scenario's
Strategie is een patroon van keuzes over middelen en de relatie met de omgeving. In een stabiele omgeving kun je dat patroon grotendeels vasthouden, en voorspelbare veranderingen kun je inbouwen. Maar wat doe je als de toekomst onvoorspelbaar is? Dan helpen scenario's.
- Een scenario is een speculatie over de toekomst.
- Een scenario is geen voorspelling.
- Een scenario breekt met het verleden en komt met een nieuw idee over de toekomst.
- Scenario's maken is moeilijk, zeker als je al lang in een bedrijf werkt en vastzit in bestaande denkpatronen.
De oorsprong ligt bij Shell. Rond 1970 vroeg Shell zich af: wat als het olieaanbod daalt en de prijs stijgt? In 1973 kwam de eerste oliecrisis: de prijs steeg van 1,70 naar 10,40 dollar per vat, met een economische crisis en hoge inflatie als gevolg. Omdat Shell over dit scenario had nagedacht, kon het sneller reageren dan concurrenten. Shell werkt nog steeds met contrasterende scenario's, zoals "Mountains" (een wereld gestuurd door gevestigde machten en overheden) tegenover "Oceans" (een wereld van marktwerking en individuele invloed).
Walsh (2005): scenarioplanning in de strategie
Walsh betoogt dat bedrijven omgevingsonzekerheid beter aankunnen door scenarioplanning toe te voegen aan het proces van strategie-herformulering. In plaats van één verwachte toekomst te plannen, ontwikkel je meerdere plausibele toekomsten en toets je je strategie aan elk ervan. Zo wordt de strategie robuuster en leert de organisatie vroege signalen herkennen.
Hoe maak je scenario's?
| Stap | Vraag |
|---|---|
| Kernvraagstuk | Welk probleem willen we oplossen? |
| Tijdshorizon | Over welke periode kijken we vooruit? |
| Externe factoren | Welke externe factoren beïnvloeden de scenario's het sterkst? |
| Interne factoren | Welke interne drijvers moeten we meenemen? |
| Aannames vastleggen | Leg aannames duidelijk vast, bepaal de verbanden tussen drijvers en beperk het aantal scenario's |
| Perspectief ontwikkelen | Welk perspectief moet de organisatie in elk scenario innemen, en hoe vertaalt zich dat naar strategie? |
| Onderhoud | Hebben we de juiste data, technologie en vaardigheden om scenario's bij te houden? |
- Vier lagen: bedrijfstak, business ecosystem, institutionele omgeving, macro-omgeving. Herken ze in een voorbeeld (Efteling).
- Componenten (stroomopwaarts, in het product) versus complementen (stroomafwaarts, door de klant erbij gebruikt); samenwerken om te creëren, concurreren om te verdelen.
- PESTLE en het indelen van voorbeelden: wisselkoersen = economisch, wetten = legal, beleid = political.
- Dynamiek (snelheid) en wanorde (kracht): progressief, creatief, intermediërend, radicaal.
- Scenario = speculatie, geen voorspelling; oorsprong bij Shell (oliecrisis 1973); Walsh: scenarioplanning maakt strategie-herformulering robuuster.
Andere hoofdstukken van Inleiding Marketing en Strategie
- HC 1: Marketing en klantwaarde
- HC 2: Wat is strategie?
- HC 3: Strategieformulering en executie
- HC 4: Consumentengedrag
- HC 5: Segmentatie, targeting en positionering
- HC 6: Product- en merkmanagement
- HC 7: Innovatie
- HC 9: Industrieanalyse en concurrentie
- HC 10: Interne analyse: resources en capabilities
- HC 11: SWOT, TOWS en businessmodellen
- HC 12: De verantwoordelijke organisatie
- HC 13: Gastcollege JDE: merken makkelijk te kopen