Het open interview
Wat is een interview?
Een interview is een gesprek tussen twee of meer personen, waarbij één persoon het gesprek stuurt om informatie te verkrijgen voor een specifiek doel. De sociale interactie beïnvloedt de kwaliteit en hoeveelheid gedeelde informatie (Gordon, 1998). Een groepsinterview heet een focusgroep.
Een interview binnen kwalitatief onderzoek dat gekenmerkt wordt door de openheid van de vragen. Doel is diepte, detail, nuance, levendigheid en rijkheid van informatie (Evers & De Boer, 2012).
Voordeel: mensen worden gemotiveerd om ervaringen te bespreken die zij anders niet zouden verwoorden. Nadelen: kans op sociaal wenselijke antwoorden en beperkte betrouwbaarheid door geheugenbeperkingen; feitelijke informatie is niet altijd zeker. Vaste kenmerken van interviews: doelmatige informatieverzameling vanuit een centrale vraag, duidelijke rolverdeling, open antwoordmogelijkheden, grote diepgang en een beperkt aantal deelnemers.
Mate van structuur
| Gestructureerd | Halfgestructureerd | Ongestructureerd | |
|---|---|---|---|
| Vragen | Vooraf geformuleerd, vaste volgorde, soms vaste tijd per vraag | Vooraf vastgesteld als leidraad; niet alle vragen hoeven gebruikt te worden, nieuwe mogen erbij | Weinig tot geen vragen vooraf; start met één open vraag, vervolgvragen ontstaan in het gesprek |
| Rol interviewer | Minimaal | Sturend, meer schriftelijke voorbereiding nodig | Groot; sterk afhankelijk van vaardigheden, minder geschikt voor beginners |
| Voordeel | Vergelijkbaarheid | Meer sturing en vergelijkbaarheid, hogere betrouwbaarheid | Hoge constructvaliditeit, rijke persoonlijke informatie |
| Nadeel | Weinig ruimte voor openheid | Minder ruimte voor onverwachte, contextspecifieke informatie (constructvaliditeit kan dalen) | Lagere betrouwbaarheid, want elk interview verloopt anders |
| Hoort bij | Gesloten interviews | Open interviews | Open interviews; interpretatieve en kritische benaderingen |
In de aantekeningen bij Bleijenbergh wordt bij het open interview ook onderscheid gemaakt tussen een halfgestructureerde vragenlijst (formulering en volgorde liggen vast, antwoorden zijn open) en een topic list (formulering en volgorde open, alleen de onderwerpen liggen vast).
Deze omschrijving van halfgestructureerd (formulering en volgorde liggen vast) is strakker dan de omschrijving in de tabel hierboven, waarin de vragen alleen een leidraad zijn en niet allemaal gebruikt hoeven te worden. Beide staan in de stof; ken het verschil tussen de vragenlijst en de topic list.
Een interview kan cultureel zijn (gericht op de dagelijkse gang van zaken) of thematisch (gericht op een specifiek onderwerp of een gebeurtenis).
Interviewhandleidingen
| Handleiding | Detailniveau | Past bij |
|---|---|---|
| Checklist / topic list | Overzicht van onderwerpen, hooguit enkele openingsvragen | Ongestructureerd interview |
| Interviewformat | Belangrijke vragen uitgewerkt, enkele vervolgvragen genoteerd | Halfgestructureerd interview |
| Interviewprotocol | Alle vragen volledig uitgewerkt, inclusief instructies voor introductie, doorvragen, toelichting en afsluiting | Meest gestructureerd |
Met een checklist of format is de betrouwbaarheid (reproduceerbaarheid) meestal lager dan met een protocol, maar de validiteit kan hoger zijn door meer ruimte om door te vragen.
Criteria voor interviewvragen
- Doel ophelderen: vooraf helder hoe elk interview bijdraagt aan het onderzoek.
- Specifieke vragen over concrete situaties en gebeurtenissen, geen algemene vragen.
- Concrete vragen: niet direct met de centrale onderzoeksvraag beginnen.
- Motiverende vragen zodat de respondent zich veilig voelt, door: bedreiging van het ego minimaliseren (tegen sociale wenselijkheid), vergeten minimaliseren (herinnering ondersteunen), empathie maximaliseren (emoties herkennen en benoemen) en erkenning maximaliseren (de kennis van de respondent erkennen).
Voorbereiding en uitvoering
Stappen: respondenten selecteren (relevant voor de hoofdvraag); introductie (jezelf voorstellen, onderzoek toelichten, reden van selectie, aanwezigheid van andere belanghebbenden, wijze van opnemen, wat er met de informatie gebeurt); afsluiting (voorkomen dat iets relevants gemist wordt, informeren over gebruik van resultaten); opnemen en uitwerken (toestemming nodig, transcript maken, aantekeningen binnen 24 uur uitwerken); respondenten informeren over de resultaten.
| Opnemen | Aantekeningen maken | |
|---|---|---|
| Voordelen | Volledige registratie; betere controleerbaarheid (betrouwbaarheid); stiltes en versprekingen achteraf interpreteren; meer focus op het gesprek | Minder arbeidsintensief; stimuleert opletten en doorvragen; meer openheid bij respondent; weergave zoals bedoeld (validiteit) |
| Nadelen | Apparatuur kan intimideren; uitwerken is arbeidsintensief; minder sturing (validiteit onder druk) | Verlies van stiltes, aarzelingen en versprekingen; minder controleerbaar (betrouwbaarheid); risico op missen van informatie |
Doorvragen
Non-verbaal: aankijken, knikken, hoofd schuin houden, wenkbrauwen optrekken. Verbaal: bevestigen dat je het gehoord hebt, letterlijk herhalen en stil zijn, neutraal doorvragen, samenvatten en terugleggen, de vraag preciezer opnieuw stellen, doorvragen naar empirische referenties (om voorbeelden vragen).
Rollen van de interviewer
Gewenste rollen: doelgerichte onderzoeker (houdt het doel in het oog), detective (achterhaalt diepere betekenissen), regisseur (stuurt het verloop), sfeermaker (veilige sfeer), samenvatter (controleert interpretatie), instructeur (legt uit wat verwacht wordt), grensbewaker (bewaakt professionele grenzen), planner (tijd en onderwerpen), zoeker van kennis (nieuwsgierig, actief luisteren), uitdager (kritisch aannames bevragen) en zelfobservator (reflecteert op eigen invloed).
Minder wenselijke rollen: vertegenwoordiger (gezien als verlengstuk van de opdrachtgever, respondent sluit zich af), spreekbuis (respondent wil via jou een politieke boodschap uitdragen), maatschappelijk werker (verleid tot te veel psychosociale steun) en bondgenoot (respondent zoekt goedkeuring en wil je aan zijn kant).
Reflecteren
Reflection when analyzing: na het interview reflecteren op het proces; voordelen zijn rust, meerdere perspectieven en leren van wat goed en fout ging. Reflection when doing: tijdens het interview op je gevoel vertrouwen, benoemen wat je voelt en later reflecteren; dit geeft beter inzicht in wat je meet (validiteit), meer diepgang en een respondent die zich beter begrepen voelt.
Andere hoofdstukken van Kwalitatieve Methoden
- Kwalitatief onderzoek en onderzoeksparadigma's
- Doelstelling: theoriegericht en praktijkgericht onderzoek
- Vraagstelling, deelvragen en redeneerwijzen
- Onderzoeksstrategieën en onderzoeksbenadering
- De enkelvoudige casestudy
- Meervoudige casestudy en theorieontwikkeling
- Documenten en participerende observatie
- Kwalitatieve inhoudsanalyse en coderen
- Kwaliteit, reflexiviteit en ethiek
- Rapporteren: conclusie en discussie