Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 2: Ondernemerschap als onderzoeksveld

Voordat je kunt begrijpen wat duurzaam ondernemerschap is, moet je weten hoe wetenschappers over ondernemerschap in het algemeen denken. Dit college (in het Engels gegeven) laat twee kanten zien. De gangbare visie ziet ondernemerschap als economisch instrument: een individu met bijzondere eigenschappen ontdekt een kans en benut die. De kritische ondernemerschapsstudies stellen daar vragen bij: voor wie is ondernemerschap eigenlijk, werkt het overal hetzelfde, wie wordt als ondernemer gezien en welke schaduwkanten zijn er? Die kritische blik heb je nodig voor je manifest en om onderzoeksvragen te bedenken.

Start hier als dit nieuw voor je is
  • Ondernemer: iemand die een nieuwe activiteit start en daarbij risico neemt, meestal met een eigen bedrijf.
  • Kans (opportunity): een situatie waarin een nieuw product, een nieuwe dienst of een nieuwe werkwijze waarde kan opleveren.
  • Neoliberaal: een denkrichting die markt, concurrentie en individuele verantwoordelijkheid centraal stelt.

Geschiedenis van het denken over ondernemerschap

Het onderzoek naar ondernemerschap begon met de vraag hoe een markteconomie werkt. Later kwam de aandacht voor de functie, dynamiek en effecten van ondernemerschap, en voor het individu: welke handelingsruimte en motivatie heeft de ondernemer? De Duitse historische school en sociale wetenschappers als Max Weber en Joseph Schumpeter legden de nadruk op verandering en transformatie. Schumpeter is bekend van het begrip creatieve destructie: ondernemers brengen vernieuwingen (nieuwe producten, methoden, markten) die bestaande bedrijven en werkwijzen verdringen. Het oude moet wijken zodat iets nieuws kan groeien, zoals in het beeld van een nieuwe tak uit een omgehakte boomstronk.

Ondernemerschap als economisch instrument

Een veelgebruikte definitie komt van Shane en Venkataraman (2000). Zij omschrijven het vakgebied als de wetenschappelijke studie van hoe, door wie en met welke effecten kansen voor toekomstige goederen en diensten worden ontdekt, geëvalueerd en benut. Drie stappen dus: ontdekken, evalueren, benutten. De nadruk ligt op de kans en de ondernemer als degene die haar opmerkt.

De gangbare visie en haar aannames

Het college zet de mainstream visie in een aantal stappen neer:

  • Open en toegankelijk: ondernemerschap wordt steeds vaker als gewone loopbaankeuze gepresenteerd, alsof iedereen het kan.
  • Neoliberale these (Ahl en Marlow): ondernemerschap draait om het exploiteren van middelen. Het verhaal suggereert een meritocratie: wie hard werkt en goede ideeën heeft, slaagt. Maar toegang tot financiering is ongelijk verdeeld.
  • Realisatie van menselijk potentieel (Baron): de nadruk ligt op persoonlijkheid en eigenschappen.
  • Archetype (Essers en Benschop): het beeld van de ondernemer is westers, wit en mannelijk, en ook jong, innovatief en heldhaftig.

Het college vraagt je dit beeld te vergelijken met de ondernemers die je dagelijks ziet. Een miljardair met een technologiebedrijf wordt sneller "ondernemer" genoemd dan een tandarts met een eigen praktijk, terwijl beiden een onderneming runnen.

Ondernemerseigenschappen

Volgens Shane en collega's (2003) hebben ondernemers vaak bepaalde eigenschappen:

  • self-efficacy: vertrouwen in het eigen kunnen;
  • bereidheid om risico te nemen;
  • interne locus of control: het gevoel dat je je eigen uitkomsten bepaalt;
  • prestatiebehoefte (need for achievement);
  • tolerantie voor onzekerheid en dubbelzinnigheid;
  • doelen stellen, onafhankelijkheid, egoïstische passie en drive.

De kritische vraag is wat zo'n lijst zegt. Het is vooral een beeld of mindset van "de" ondernemer. Wie niet aan dat beeld voldoet, wordt minder snel als ondernemer gezien of gefinancierd.

Hoe ondernemers met middelen omgaan

Ondernemingsplan. In de klassieke aanpak schrijf je een businessplan: probleem, oplossing, doelmarkt en kans, validatie en een routekaart. Je begint met een doel en plant de stappen.

Bricolage (Baker en Nelson, 2005) is "iets maken uit niets". De ondernemer werkt met de middelen die al voorhanden zijn en combineert die op nieuwe manieren, ook spullen, contacten of regels die andere bedrijven hebben afgewezen of genegeerd. Het idee komt van Lévi-Strauss: roeien met de riemen die je hebt. Middelen zijn in deze visie niet objectief gegeven, maar worden door de ondernemer geconstrueerd.

Causation versus effectuation (Sarasvathy, 2001) beschrijft twee manieren van redeneren:

CausationEffectuation
StartpuntEen vooraf bepaald doelDe middelen die je al hebt (wie je bent, wat je weet, wie je kent)
VraagWelke middelen heb ik nodig om dit doel te bereiken?Wat kan ik maken met wat ik heb?
DoelenVastOntstaan onderweg, niet per se vooraf gedefinieerd
VoorbeeldEerst een marktonderzoek en businessplan, dan financiering zoekenMet eigen netwerk en vaardigheden iets kleins starten en kijken waar het heen gaat

Waarom wordt iemand ondernemer? Pull en push

Pull-factoren (trekken je naar ondernemerschap)Push-factoren (duwen je ernaartoe)
Behoefte aan erkenningWerkloosheid
Behoefte aan onafhankelijkheidDiscriminatie op de arbeidsmarkt
Streven naar welvaartArmoede
Rolmodellen volgenGeblokkeerde promotie; diploma's die niet erkend worden

Hiermee samen hangt het onderscheid tussen opportunity-driven ondernemers (die een kans zien) en necessity-driven ondernemers (die uit noodzaak beginnen, bijvoorbeeld omdat ze geen baan vinden). Een migrant van wie het diploma niet wordt erkend en die daarom een eigen zaak begint, is een voorbeeld van push en noodzaak.

De vier hoofdthema's van het veld

Samengevat bestudeert het mainstream onderzoek: de kans, de eigenschappen, de motivaties en de output of effecten van ondernemerschap. De onderliggende aannames zijn: economisch gewin, creativiteit en innovatie, het individu als centrale actor en bepaalde vaste eigenschappen.

Kritische ondernemerschapsstudies

De kritische stroming stelt drie vragen.

1. Voor wie is ondernemerschap? (de effecten)

  • Ondernemerschap als emancipatie. Rindova en collega's (2009) spreken van entrepreneuring: de inspanningen van een individu of groep om nieuwe economische, sociale, institutionele en culturele omgevingen te creëren. Ondernemen kan een manier zijn om je los te maken van beperkingen.
  • Het proces, niet alleen het product. Steyaert en Katz (2004) wijzen op de alledaagsheid van ondernemerschap: het gebeurt niet alleen in spectaculaire start-ups, maar ook in gewone dagelijkse activiteiten. Thompson, Verduijn en Gartner (2020) zien ondernemerschap als praktijk: wat doen ondernemers concreet?
  • Ondernemerschap als sociale verandering. Calás en collega's (2009) beschrijven entrepreneuring als een gegenderd proces van sociale verandering: wie onderneemt en hoe, hangt samen met maatschappelijke verhoudingen, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen.

2. Werkt het overal hetzelfde? (de context)

Welter (2011) benadrukt de relatie tussen context en ondernemerschap. Ondernemen in een plattelandsgebied, in extreme armoede, in een postkoloniale of dekoloniserende samenleving, in een oorlogsgebied of na een ramp is iets heel anders dan ondernemen in een rijke stad. Theorieën die in het Westen zijn ontwikkeld, gelden dus niet automatisch elders.

3. Wie kan ondernemer zijn? ("otherness")

Naast het archetype bestaan veel "andere" ondernemers: minority entrepreneurs zoals vrouwen, migranten, vluchtelingen en etnische of LHBTIQ+ ondernemers. Ook stakeholders en eigenaren van middelen spelen een rol in wie kan ondernemen. Deze groepen worden in onderzoek en in de financieringswereld vaak over het hoofd gezien.

De schaduwkant van ondernemerschap

Shepherd (2019) onderscheidt drie negatieve kanten:

BegripWie wordt geraakt?Voorbeeld
Dark sideDe ondernemer zelf, psychisch en emotioneelStress, burn-out, angst door de druk van het ondernemen
DownsideDe ondernemer, financieelVerlies van eigen geld en spaargeld bij een faillissement
Destructive sideAnderen in de samenlevingSchade aan middelen van anderen, zoals vervuiling of uitbuiting

Het onderscheid is handig: bij de destructieve kant draagt niet de ondernemer de schade, maar de omgeving. Dat is precies waar duurzaam ondernemerschap zich tegen wil afzetten. Het college sloot af met het verhaal van een luxe modehuis om te laten zien dat succesvol ondernemerschap ook vragen oproept over ambacht, exclusiviteit en wat we waarderen.

Discussievragen uit het college

  • Wat vind je van ondernemerschap: is het een goede of slechte praktijk?
  • Hoe stel je je een ondernemer voor, en waarom zo?
  • Met wat voor ondernemer zou je willen samenwerken, of welke zou je willen bestuderen?

Voor je manifest zijn dit bruikbare startpunten: je kunt je eigen beeld van "de ondernemer" kritisch bevragen met de begrippen uit dit college.

Voor het tentamen
  • Ken de definitie van Shane en Venkataraman: ontdekken, evalueren en benutten van kansen, met de vragen hoe, door wie en met welke effecten.
  • Kun je causation en effectuation uitleggen en herkennen in een voorbeeld? En bricolage?
  • Onderscheid push- en pullfactoren en opportunity- versus necessity-driven ondernemers.
  • Ken de drie vragen van de kritische stroming (effecten, context, wie) met de bijbehorende auteurs.
  • Ken de dark side, downside en destructive side van Shepherd en het verschil daartussen.

Andere hoofdstukken van Duurzaam Ondernemerschap

Test jezelf met oefenvragen