Naar de inhoud
Steven’s StudyHub

HC 4: Ondernemers in de praktijk en het interview

Theorie over duurzaam ondernemerschap wordt pas echt begrijpelijk als je ondernemers zelf hoort. In week 4 is daarom de RU College Tour: een panel met drie duurzame ondernemingen uit Nijmegen. Daarnaast neemt elk team een interview af met een duurzaam ondernemer. Dit hoofdstuk behandelt wat je van de praktijk leert, hoe je een duurzaam ondernemer herkent en vooral hoe je een goed interview voorbereidt, afneemt en afsluit. Die interviewvaardigheden komen terug in het kwalitatieve deel van het methodecollege.

Start hier als dit nieuw voor je is
  • Topiclijst (interview guide): een lijst onderwerpen en vragen die je in een interview wilt behandelen, zonder dat je strikt een vaste volgorde volgt.
  • Semigestructureerd interview: een interview met vaste onderwerpen, maar met ruimte om door te vragen en af te wijken.
  • AVG: de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Europese privacywet. Die bepaalt welke persoonsgegevens je mag vragen en hoe je ze bewaart.

Het panel: drie soorten duurzaam ondernemen

OndernemingWat doen ze?Welke pijler staat voorop?
VersfabriekEen circulair landbouwsysteem: voedsel maken van lokale reststromen (de onderneming gebruikt het idee van de blauwe economie)Ecologisch, circulair
GroenwasEen duurzame textieldrukkerij en borduurderijEcologisch, in de kernactiviteit
Atelier MeerEen sociale onderneming voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, met duurzame productenSociaal (en ecologisch)

Elk team leverde vooraf minstens drie vragen aan voor het panel. Veelgestelde thema's waren: hoe ga je om met de balans tussen duurzaamheid en winst, wat was het kantelpunt waarop je duurzaam ging ondernemen, zijn consumenten bereid meer te betalen of moet een duurzaam product gewoon kunnen concurreren, op basis waarvan kies je samenwerkingspartners met dezelfde mindset, hoe blijft een sociale onderneming ook financieel gezond, en hoe overtuig je stakeholders. Deze vragen sluiten precies aan bij de theorie: motieven (week 2), drijfveren en barrières (week 3) en bedrijfsmodellen (week 4).

In je manifest mag je naar zulke praktijkbronnen verwijzen. Omdat een college of gesprek niet openbaar te raadplegen is, gebruik je in APA de vorm persoonlijke communicatie: een verwijzing in de tekst met naam, "persoonlijke communicatie" en datum, zonder opname in de referentielijst.

Wie interview je?

Het interview moet bij een echte duurzame ondernemer of onderneming worden afgenomen. Gebruik de drie typen uit hoofdstuk "WG 2": een duurzame onderneming (duurzaamheid in de kernactiviteit) heeft de voorkeur; een onderneming met duurzame praktijken of een organisatie die duurzaam ondernemerschap bedrijft mag, mits je goed beargumenteert hoe die zich tot duurzaam ondernemerschap verhoudt. Je controleert de website, de kernactiviteit en het oorspronkelijke idee, en je probeert de ondernemer in te delen naar duurzaamheidsmotivatie en archetype.

Praktisch: maak van je top vijf een top drie, kies wie je eerst benadert, schrijf samen een uitnodigingsbericht, maak een afspraak, bedenk een plan B en verdeel de rollen (interviewer, notulist, observator). Idealiter neem je het interview af in de week na werkgroep 4.

De topiclijst opbouwen

Het handout voor interviewvragen volgt een vaste reeks stappen.

  1. Topics en subtopics kiezen op basis van literatuur, colleges en eigen ervaring. Bijvoorbeeld: motivatie om te starten, het verdienmodel, dilemma's tussen principes en winst, samenwerking met stakeholders, toekomst.
  2. Volgorde bepalen: begin met makkelijke en neutrale onderwerpen en bewaar de moeilijke of gevoelige voor later. Controleer of de volgorde ook chronologisch logisch is (eerst de start, dan het heden, dan de toekomst).
  3. Per topic een openingsvraag formuleren, voor als het onderwerp niet vanzelf aan bod komt. Een vraag naar een mening begint met "Wat vindt u van...", een vraag naar ervaring of beleving met "Kunt u iets vertellen over...".
  4. Achtergrondkenmerken: welke algemene gegevens wil je weten (leeftijd, opleiding)? Houd rekening met de AVG en vraag niet meer dan nodig. Een goede startvraag is "Kunt u iets over uzelf vertellen?"; vaak komen de kenmerken dan vanzelf ter sprake.
  5. Doorvragen: bedenk neutrale doorvragen, zoals "Kunt u daar een voorbeeld van geven?" of "Wat bedoelt u precies met...?".
  6. Controle van alle vragen: zijn ze begrijpelijk, vragen ze naar maar één aspect, zijn ze niet sturend of suggestief, en is er een goede balans tussen open en gesloten vragen?

Tips tijdens het interview

Wel doenNiet doen
Open vragen stellen, zodat de respondent zelf formuleertSuggestieve vragen met een waardeoordeel die de respondent een kant op sturen
Eenvoudige, duidelijke taal gebruikenVeel gesloten ja/nee-vragen stellen
Af en toe samenvatten of controlevragen stellen om te checken of je het goed begrijptLaten merken dat je het met een antwoord eens of oneens bent
Inspelen op nieuwe inzichten; je hoeft je niet strikt aan volgorde of vragen te houdenStar je lijst afwerken terwijl er iets interessants ter sprake komt

Waarom geen oordeel laten zien? Een respondent die merkt wat jij vindt, gaat sociaal wenselijke antwoorden geven: antwoorden waarvan hij denkt dat ze geaccepteerd worden of die jij wilt horen. Dat tast de geldigheid van je gegevens aan. Een voorbeeld van een sturende vraag is "U vindt toch ook dat duurzaamheid belangrijker is dan winst?". Neutraal is: "Hoe weegt u duurzaamheid en winst tegen elkaar af?".

Het interview openen en afsluiten

In de introductie komen aan bod: doel en achtergrond van het onderzoek, de onderwerpen, de relevantie, wie de interviewers zijn, de duur, anonimiteit en vertrouwelijkheid, dat het gesprek wordt opgenomen en dat er aantekeningen worden gemaakt, hoe de gegevens worden verwerkt, wat het eindproduct is en of de respondent iets terug hoort. Test ook de opnameapparatuur.

In de afsluiting vraag je of de respondent nog vragen heeft en wat hij van het interview vond, geef je contactgegevens, herhaal je wat er met de informatie gebeurt, vraag je of hij een kort verslag wil en bedank je hem uitgebreid voor tijd en moeite.

Waarom dit methodisch telt

Het interview in dit vak is een oefening; je onderzoeksplan hoeft niet per se interviews te gebruiken. Voor het bestuderen van gedrag kan observatie soms geldiger zijn dan interviews, omdat mensen niet altijd zeggen wat ze doen. Een kwantitatieve opzet mag ook. Het boek van Baarda over kwalitatief onderzoek (hoofdstuk 5 over interviews) is aanbevolen voor wie meer wil weten. Belangrijk is dat je ervaart hoe moeilijk het is om een niet-sturende vraag te stellen en hoe een topiclijst je gesprek structureert.

Het interview levert ook input voor je manifest: in week 4 schrijf je een reflectie op wat het panel en het interview je hebben geleerd.

Voor het tentamen
  • Ken de stappen van een topiclijst: topics, volgorde (makkelijk naar moeilijk, chronologisch), openingsvragen, achtergrondkenmerken met oog voor de AVG, doorvragen en controle.
  • Ken de vier controlecriteria voor vragen: begrijpelijk, één aspect, niet sturend, balans open en gesloten.
  • Leg uit waarom je geen oordeel laat merken (sociaal wenselijke antwoorden).
  • Weet wat in de introductie en afsluiting van een interview hoort.
  • Weet hoe je een college of gesprek in APA vermeldt (persoonlijke communicatie).

Andere hoofdstukken van Duurzaam Ondernemerschap

Test jezelf met oefenvragen