WG 4: Circulaire economie en regeneratief ondernemen
De circulaire economie is een van de belangrijkste ideeën in het duurzaamheidsdebat: in plaats van grondstoffen te delven, producten te maken en weg te gooien (een lineaire economie), houd je materialen zo lang mogelijk in gebruik. Dit hoofdstuk behandelt de definitie en de kritiek uit het hoorcollege, hoofdstuk 2.3 (Edwards en collega's) over hoe ondernemers circulair ondernemerschap in de praktijk brengen, en de regeneratieve ladder die laat zien dat "minder slecht" nog niet "goed" is.
- Lineaire economie: nemen, maken, weggooien. Grondstoffen worden verbruikt en eindigen als afval.
- Recyclen: materialen van een afgedankt product opnieuw verwerken tot grondstof. Hergebruiken: een product zelf opnieuw gebruiken. Herfabricage (remanufacturing): een gebruikt product weer zo goed als nieuw maken.
- Reststroom: wat bij een proces overblijft, zoals koffiedik of snoeiafval, en dat als grondstof voor iets anders kan dienen.
Definitie
Het Europees Parlement omschrijft de circulaire economie als een model van productie en consumptie waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, geleased, hergebruikt, gerepareerd, opgeknapt en gerecycled. Zo wordt de levenscyclus van producten verlengd. Het bijbehorende schema is een kringloop: grondstoffen, ontwerp, productie, distributie, consumptie (met gebruik, hergebruik en reparatie), inzameling en recycling, met zo weinig mogelijk restafval. Het motto: minder grondstoffen, minder afval, minder uitstoot.
114 definities: wat zeggen ze?
Kirchherr, Reike en Hekkert (2017) vonden maar liefst 114 definities van circulaire economie. Uit hun analyse:
- de circulaire economie is meestal een combinatie van reduce, reuse en recycle;
- ze vraagt een systemische verandering, niet alleen een aanpassing van één bedrijf;
- ze wordt gekoppeld aan duurzame ontwikkeling.
Maar ook twee kritische observaties:
- Het hoofddoel is in de meeste definities economische welvaart, gevolgd door milieukwaliteit. De gevolgen voor sociale gelijkheid en toekomstige generaties worden nauwelijks genoemd. De sociale pijler ontbreekt dus grotendeels.
- Bedrijfsmodellen en consumenten worden zelden genoemd als drijvende krachten achter de circulaire economie, terwijl hoofdstuk 2.2 laat zien dat juist zij het verschil maken.
Circulariteitspraktijken
Circularity practices zijn praktijken, handelingen of acties van bedrijven of ondernemers die passen bij de circulaire economie, zoals recyclen, herfabriceren, hergebruiken, herverdelen of het behouden van de levensduur van materialen in productie- en consumptiecycli. Twee voorbeelden: een drukkerij die resten textiel terugneemt en verwerkt, of een bedrijf dat reststromen uit de voedselindustrie gebruikt om nieuw voedsel te kweken (zoals de onderneming uit het panel met een circulair landbouwsysteem).
Waarom is de circulaire economie "ideaaltypisch"?
Hoofdstuk 2.3 noemt de circulaire economie ideaaltypisch of hypothetisch. De principes zijn nog niet structureel aanwezig in de samenleving en in bedrijven: het is een geïdealiseerd duurzaam model dat nog niet op grote schaal is gerealiseerd. Juist daardoor biedt het kansen: het ideaalmodel opent mogelijkheden voor duurzame ondernemers, en wat die ondernemers doen, brengt de circulaire economie weer een stap dichterbij. Er is dus een wisselwerking.
Het onderzoek van hoofdstuk 2.3
Edwards en collega's deden een verkennend kwalitatief onderzoek met 10 semigestructureerde interviews van gemiddeld een uur. De interviews werden opgenomen en woordelijk uitgeschreven (verbatim getranscribeerd). Ze maakten onderscheid tussen twee databronnen:
- intrapreneurs in grote multinationals;
- ondernemers in het MKB.
Zo konden ze verschillende contexten in kaart brengen en verschillen analyseren. Alle respondenten hanteerden een brede kijk op duurzaam ondernemen. De steekproef zijn deze tien ondernemers; de populatie is breder: ondernemers die circulair ondernemen. Met tien interviews kun je niet statistisch generaliseren; het doel is begrijpen hoe ondernemers circulaire actie vormgeven.
Circulaire economie als doorbraakinnovatie
De auteurs spreken van de circulaire economie als break-through innovation. Het circulaire model maakt duurzame ondernemerskansen mogelijk door baanbrekende vernieuwing. Ondernemers kunnen bijvoorbeeld hun relaties met stakeholders opnieuw uitvinden: met leveranciers samen materiaalstromen laten rondgaan, met klanten producten terugnemen, of afval bewust uit het ontwerp halen.
Een belangrijke bevinding betreft positief versterkende terugkoppelingslussen, vooral bij het MKB. Spanningen (bijvoorbeeld: circulair werken is duurder of lastiger) werden door deze ondernemers gezien als interessante uitdagingen. Door goede relaties met stakeholders op te bouwen veranderden ze consumentengedrag, ontwikkelden ze samen manieren om materialen te laten circuleren of ontwierpen ze afval eruit. Elke stap versterkte de volgende: tevreden klanten en leveranciers maakten verdere circulaire stappen makkelijker. Een certificering voor maatschappelijk gedreven bedrijven (B Corp) bleek in verschillende gevallen een belangrijk signaal van die doelgerichte aanpak.
De auteurs benadrukken: ook als de waarden ecologisch zijn, worden ze alleen gerealiseerd via innovatieve sociale interactie, waarbij ondernemers de gangbare manier van zakendoen ("business as usual") uitdagen. Circulair ondernemen is dus niet alleen techniek, maar vooral samenwerking. Het idee van terugkoppelingslussen komt terug bij systeemdynamica in het methodecollege.
De regeneratieve circulaire-economieladder
Het hoorcollege toonde een ladder met vijf treden (naar Reed en Wahl). Onder de nullijn staat het verbruiken van fossiele voorraden, boven de nullijn het gebruiken van hernieuwbare energiestromen.
| Trede | Kenmerk | Motto |
|---|---|---|
| 1. Conventioneel | Wentelt ongereguleerde milieu- en sociale kosten af, werkt volgens lineaire principes | Binnen de wet blijven |
| 2. Groen | Aandacht voor kwaliteit, gezondheid en veiligheid, een gedragscode en enkele initiatieven; circulair betekent hier vooral recyclen | Minder slechte impact |
| 3. Duurzaam | Een duurzaamheidsvisie, CO2-neutraliteitsdoel en actieplan, eco-design; maar de kern van het bedrijf verandert nog niet | Geen extra schade |
| 4. Herstellend (restorative) | Voorloper die circulaire principes toepast in strategie, bedrijfsmodel en productontwerp | Mensen doen dingen voor de natuur |
| 5. Regeneratief | Transformerende leider: strategie en innovatie zorgen voor netto positieve oplossingen | Mensen doen dingen als de natuur |
De ladder sluit aan bij de kritiek uit het hoorcollege dat duurzaam ondernemerschap soms te naïef is: in het Antropoceen is "geen extra schade" (trede 3) niet genoeg. Pas vanaf trede 4 draagt een bedrijf netto bij aan herstel. Vergelijk dit met de bevinding uit hoofdstuk 4.1 dat bedrijven vooral eenvoudige maatregelen zoals recyclen nemen: dat is trede 2.
Praktijkvoorbeeld uit het panel
Een van de ondernemingen uit de College Tour maakt voedsel van lokale reststromen in een circulair landbouwsysteem. Dat is een duidelijke circulariteitspraktijk (afval wordt grondstof) en past bij de herstellende trede als het bedrijfsmodel er volledig op is gebouwd. Een textieldrukkerij die milieuvriendelijke inkt gebruikt, zit eerder op de duurzame trede, tenzij ze ook materialen terugneemt en de keten circulair maakt. Met de ladder kun je zulke bedrijven dus onderling vergelijken.
- Ken de definitie van het Europees Parlement en de drie kernpunten uit de 114 definities, plus de twee kritische observaties (sociale pijler en bedrijfsmodellen of consumenten ontbreken).
- Definieer circulariteitspraktijken en geef voorbeelden.
- Leg uit waarom de circulaire economie ideaaltypisch heet en waarom dat ook kansen biedt.
- Ken de methode van hoofdstuk 2.3 (10 semigestructureerde interviews, intrapreneurs in multinationals en MKB-ondernemers).
- Ken de vijf treden van de regeneratieve ladder en het verschil tussen "voor" en "als" de natuur.
Andere hoofdstukken van Duurzaam Ondernemerschap
- HC 1: Introductie, teamwerk en teamrollen
- HC 2: Ondernemerschap als onderzoeksveld
- WG 2: Duurzame ondernemers, motieven en archetypen
- HC 3: Duurzaamheid en duurzaam ondernemerschap
- WG 3: Duurzaam ondernemerschap in organisaties
- WG 3: Ethiek, verantwoordelijkheid en greenwashing
- HC 4: Ondernemers in de praktijk en het interview
- WG 4: Duurzame bedrijfsmodellen en consumptie
- HC 5: Van onderwerp naar doel- en vraagstelling
- HC 5: Kwantitatief onderzoek: survey en experiment
- HC 5: Kwalitatief onderzoek, casestudy en interventie
- WG 6: Onderzoeksplan en persoonlijk manifest
- WG 7: Het onderzoeksplan pitchen